Tijdens de bezettingsjaren van Nederland voerde de Duitse bezetter steeds strengere maatregelen in om de oorlogsinspanningen te ondersteunen. Het Duitse leger werd vanaf 1943 in het oosten langzamerhand teruggedrongen in de oorlog met de Sovjet-Unie. Ook de geallieerden drongen de Duitsers en Italiaanse bondgenoten vanaf 1943 terug in Italië en starten in 1944 een offensief in Normandië Frankrijk. Veel Duitse mannen vochten aan het front en er was een groot tekort aan arbeidskracht in Duitsland. Een van de maatregelen was die Arbeitseinsatz, een gedwongen arbeidsdienst waarin Nederlandse mannen werden verplicht om in Duitsland te werken. In september 1944 werd ook Onstwedde geconfronteerd met deze harde realiteit.

Dit geldt ook voor Johannes Tipker, in het dorp bekend als 'Jogie', woonde aan de Dorpstraat 66. Jogie was vader van Geert en zijn vrouw Diene was hoogzwanger. Jogie is een van de mannen die in de nacht van 29 op 30 september 1944 van zijn bed werd gelicht door de Landwacht en de Sicherheitsdienst (SD). Samen met andere mannen uit Onstwedde en omliggende dorpen werd hij gearresteerd. De reden? Het vermoeden van anti-Duitse gevoelens, hoewel de exacte aanklacht nooit duidelijk zou worden. Misschien had het te maken met een ruzie een paar maanden eerder met een NSB’er die Jogie een klap zou hebben gegeven? Deze invallen waren niet ongewoon; de Duitsers hadden een groeiende behoefte aan arbeidskrachten, en een beschuldiging van verzet of zelfs verdenking was genoeg om mannen naar Duitsland te deporteren.

Jogie werd via Winschoten naar Delfzijl getransporteerd. Vanaf hier vertrekt de boot naar Helgoland, een eiland waar de Duitse kustverdediging, de Atlantikwall, werd gebouwd. De mannen worden naar een Arbeitslager gestuurd, waar hij samen met andere dwangarbeiders in een houten barak werd ondergebracht. Het leven in het kamp was hard: nauwelijks voedsel, zware arbeid en een schrijnend gebrek aan hygiëne. Dag na dag werkte hij onder barre omstandigheden, met als enige rantsoen een paar sneetjes brood, boter en wat soep. Zijn overlevingskracht werd op de proef gesteld en Jogie had alsmaar honger. Jogie en zijn lotgenoten konden gelukkig op veel steun rekenen van de Onstwedder gemeenschap, zij bleven voedselpakketten sturen die aankwamen op Helgoland door de hulp van Okko Frikken en broer Theo Tipker.

Toen de oorlog in april 1945 haar einde naderde, werd Jogie samen met de andere Helgolanders overgeplaatst naar een kamp in Stade. De spanning onder de Duitsers is voelbaar bij het naderen van de geallieerden. Jogie besluit samen met Wubbe Nobbe het kamp te ontvluchten en terug naar Nederland te lopen. Een tocht niet zonder gevaar, maar Jogie kan niet langer wachten om zijn gezin weer te zien. Diezelfde nacht wordt Jogie bevrijd door het oprukkende Engelse leger en keerde hij met een Jeep terug naar Nederland. De ontberingen hadden hun tol geëist, sterk vermagerd komen Jogie en de andere Helgolanders op 10 mei aan in Onstwedde. Jogie is weer herenigd met Diene, Geert en de pas geboren Derk. Eenmaal thuis sterkt Jogie maar niet aan en wordt ernstig ziek. Hij wordt opgenomen in het ziekenhuis in Groningen waar Diene hem regelmatig bezoekt. Op 19 februari 1946 overlijdt Jogie Tipker, slechts enkele maanden na zijn terugkeer, aan de gevolgen van tuberculose en uitputting.

Zijn verhaal is een herinnering aan de duizenden Nederlanders die werden weggevoerd voor de Arbeitseinsatz en de offers die zij hebben gebracht. Velen werden opgeroepen voor Arbeitseinsatz en moesten in Duitsland aan het werk. Veel Onstwedder mannen kregen een oproep om in Duitsland te gaan werken, de meesten gaven hier gehoor aan en kwamen als bakker of boer te werken. Anderen weigerden en doken onder.