- Terug
- Nieuws
- LOSSE FLODDERS: Dronken Canadezen
LOSSE FLODDERS: Dronken Canadezen
Grietje Mulder was de dochter van Veenhuizer smid Wessel Mulder en zijn echtgenote Grietje Ots. Ze was nog maar een jong meisje van vier jaar toen ze geconfronteerd werd met de oorlog. Toch kreeg ze er wel wat van mee.
Er waren zowel Duitse als geallieerde vliegtuigen in de lucht en er werd hevig geschoten in het luchtruim. Het ging behoorlijk tekeer en dat bracht angst in het jonge gezin. Haar ouders namen Grietje mee, de kelder in. Dat was voor dat moment de veiligste plaats, mòcht er iets gebeuren. Een Duitse Messersmidt-jager werd aangeschoten en viel naar beneden. Hij kwam terecht achter Veenhuizen en de Dwarsstukken. Toen het lawaai van de vliegtuigen was gestopt, kwam het gezin weer de kelder uit.
Af en toe kwamen er Duitsers bij de smederij met hun paard. Ze wilden dan nieuwe hoefijzers voor hun dieren. Vader voldeed aan hun wens. Grietje vond het maar niks. Niet om de Duitsers, maar om het gevaar, dat het paard onverwacht haar vader zou gaan trappen. Gelukkig kwam het niet zo ver.
De verduisteringsplicht was door de Duitsers ingesteld om de geallieerden in het donker geen herkenningspunten te geven vanuit de lucht. In de keuken, waar het gezin het meest verbleef, deed moeder elke dag trouw de gordijnen dicht. Op de ruiten plakte ze bovendien kranten, want ze wilden binnen toch wel verlichting laten branden. De kranten hielden, samen met de gordijnen, het licht naar buiten goed tegen.
Grietje speelde regelmatig met Harm Volders, zoontje van Albert en Fennechien, die tegenover hen woonde in een boerderij. Elke keer als ze bij hem kwam spelen viel haar oog op de enorm grote kamer en het grote kabinet. Daarvan was ze erg onder de indruk. Bij Harm thuis kwam op zeker moment een hongerevacuéetje. Ze heette Jannie Loots. Ook bij Grietje thuis werd er plaats gemaakt voor een westerling, ene Kees uit Rotterdam, een jongen van een jaar of 16. Moeder had het maar moeilijk met deze logé, want de jongen had problemen met het aanpassen in een vreemd gezin op het platteland.
De bevrijding gaf grote blijdschap. Al gauw kwam er een groep Canadezen in de buurt. Ze zetten hun auto’s op de hoek op moeders moestuin en ze sloegen een tentenkamp op naast het huis. Regelmatig kwamen ze even binnen in de winkel. Maar enkelen van hen hadden een stevige dronk en daarbij maakten ze veel herrie. Vader had er maar een hekel aan. Samen met Grietje liep hij door de gang en deed de tussendeur dicht om te voorkomen dat de dronkenlappen het huis binnen zouden komen. Eén van de mannen lag tussen de woning en de smederij zijn roes uit te slapen. Toen de Canadezen weer verder trokken, keerde de rust in Veenhuizen terug.
Met dank aan Gré van der Laan-Mulder voor de informatie.
Foto: werkplaats en woning van gezin Wessel Mulder.
Oproep:
Hebt u nog een bijzondere herinnering, klein of groot, aan de jaren ’40-’45 in Onstwedde? Of kent u iemand die er nog iets over kan vertellen? Voor de rubriek ‘Losse Flodders’ ontvangen we graag uw tip of informatie via de mail: redactie@onstwedde.info.
Lees meer over Losse Flodders
