Stenen bijlen aan de Hardingstraat

“Hier dan ! Nòg mooiere cadeaus zijn nergens te vinden. Maar nu moeten jullie ook eindelijk ‘s ophouden ons leefgebied steeds kleiner te maken ! Hebben jullie dat gehoooooord ?”
Gherd en Aycko gooien al schreeuwend met een swingende zwaai twee fraaie vuurstenen bijlen* de verte in. Wat zich in die verte bevindt, kunnen de twee twintigjarige jongens niet zien. Laaghangende, kronkelende mistflarden onttrekken alles wat verder weg is aan hun ogen. Maar dat ’t daar verderop niet deugt weten ze deksels goed. ’t Is daar in het verraderlijke veenmoeras de woonstek van die angstaanjagende widde wieven, die boze geesten van het oprukkende veen. Die rotzakken die je het veen inlokken en je er nooit weer levend uit laten komen.
Als ’t zo doorgaat zullen zij en hun families hier niet langer kunnen blijven. Dan zullen ze noodgedwongen weg moeten. Weg !

’t Is – pak weg – ca. 1000 v. Chr. Gherd en Aycko staan aan de rand van wat nu de Onstwedder es heet. Vanuit het Drentse Hunzedal is een steeds groter deel van het landschap onbegaanbaar, levensgevaarlijk moeras, geworden. Alleen de hoogten zijn nog bewoonbaar.
De mensen in de tijd van Gherd en Aycko moeten zijn verteerd door angst, door bijgeloof. Ze snapten niet wat wij nu eenvoudig wetenschappelijk kunnen uitleggen. Dat het veen oprukte door een neerslag-overschot, gecombineerd met ontbossing en slechte drainage vanwege de leem-ondergrond in onze regio.
Gekweld door zorg om hun overlevingskansen brengen ze offers aan de geesten van het moeras, de widde wieven.  Want de mensen zijn bang, doodsbang !

’t Heeft allemaal niet geholpen. Omstreeks  500 v. Chr. is Westerwolde door z’n laatste bewoners verlaten. Alle hoogten zijn op dat moment vrijwel volledig omringd door veen. Ook de laatste die-hards zijn gevlucht; naar het (nu Duitse) Ems- en Münsterland vooral.
Weg moesten ze. Weg van dat onberekenbare, dat moorddadige moeras !

Zo’n duizend jaar later keren hun nazaten groepsgewijs terug. De omstandigheden zijn verbeterd en er is weer te wonen in het Westerwoldse.
Kunnen jullie je, beste bezoekers van de Onstwedder website, voorstellen dat de komst van het Christendom naar onze regio – ca. 800 na Chr. – in wezen met gejuich is begroet ? De angst van de voorouders voor de onberekenbare widde wieven mocht plaatsmaken voor (geloofs-)vertrouwen in een Heiland, die mensen lief heeft. De eerste kerk van Westerwolde staat in Onstwedde, als symbool van dat vertrouwen. Precies aan de rand van het vroeger zo angstaanjagende veen.  

*  De genoemde stenen bijlen zijn geen fictie. In de jaren (19)’60 vonden Geert Volders en Remke van der Heide (Ezn.) ze in de zgn. Zuideinden, aan het eind van de huidige Hardingstraat, richting de Glethe. Prehistorische voorwerpen die op een bepaalde plek als offergave in het veen werden gegooid worden “depot-vondst” genoemd. Remkes exemplaar ligt in het Groninger Museum.


© Klaas Meijer / Geert Schreuder