No. 49 – oktober 2016:  ONSTWEDDER  BOBBEKÒPPEN

 

Op het gevaar af, dat deze aflevering – opnieuw ? – té lang van omvang zal worden, storten Geert en ik ons in een voor Onstwedders – misschien – gevoelig onderwerp ………
Als u in het ‘Nieuw Groninger Woordenboek’ van de beroemde K. ter Laan onder ‘Onstwedde’ zoekt, dan vindt u daar:”Scheldnaam: Onstwedder dikkòpm of bobbekòpm”………
Voor alle eerlijkheid dien ik erbij te zeggen, dat dit woordenboek verscheen in 1929. Dus als deze bijnaam/scheldnaam van de Onstwedders u niks zegt, dan bent u hoogstwaarschijnlijk (aanzienlijk) jonger dan 100 jaar. We zijn anno 2016 immers niet meer zo van scheldnamen gekoppeld aan plaatsnamen. Vroeger zeker wel. En niet zo’n beetje ook. Mij schieten vlotweg te binnen: Knoalster Pandiggels, Pekelder Roegbainders en Veendammer Wind. (Onze a.s. partners bij de gemeentelijke herindeling zeg maar …..)
Eigenlijk worden alleen de Friezen in de geschiedenis ook met de bijnaam ‘bobbekòppen’ aangeduid.
De vraag die opdoemt ligt voor de hand. Waaraan zou dat beminnelijke Onstwedder volkje, zoals wij dat in de 21e eeuw kennen, deze grove scheldnaam ooit hebben verdiend ? Want als u nog zit te gissen naar de betekenis: een bobbekop is een stugge en onwillige vent, een dwarsligger, een conservatieve kort-voor-de-kop persoon met wie je maar beter niet van doen kunt hebben. “Moak hom de bobbekop nait oranje !”
Aan de hand van een paar voorbeelden uit onze dorpsgeschiedenis wil ik proberen u iets meer duidelijkheid te verschaffen.

A.) 14e/15e  eeuw: DE  ADDINGA’s
Ieder die een klein beetje van de historie van Westerwolde weet, kent natuurlijk de Addinga’s, van ca. 1360 tot 1478 de “heren van Westerwolde” en gezeteld op de Wedder burcht. Door overstromingen verdreven uit het Reiderland, waarna ze op gewelddadige en geniepige wijze gaandeweg de macht over onze streek aan zich trekken. We zouden hen anno nu gerust als onvervalste ‘maffiosi’ aanduiden. Rooftochten, verkrachting van de eeuwenoude Westerwoldse omgangsregels, bruutweg annexeren van jacht- en visrechten, het zich bij voorrang toeëigenen van waardevolle bezittingen na iemands overlijden, zelfs moord gaan ze bepaald niet uit de weg. Hun gezag is daarbij in wezen slechts gestoeld op de groep gewapende lansknechten waarmee ze zich omringd hebben.
De Onstwedders zijn de Addinga’s als eersten in Westerwolde spuugzat. Hun bobbekòp laat zich in 1391 in extreme gelden. Op de Höfte wordt Egge I Addinga tijdens een geheel uit de hand lopende ruzie met Onstwedder boeren door ene ‘Grote Heyne Balinck’ met een geweldige klap doodgeslagen. Zo !
In 1475 is het al weer zo ver. De Addinga’s zijn zich aan hun geroofde macht steeds meer en vaker te buiten gegaan. Op Goede Vrijdag-avond achtervolgt een grote groep woedende Westerwoldse boeren onder aanvoering van een aantal Onstwedder bobbekòppen Egge II. Ze dringen de Wedder burcht binnen en brengen Egge op de brug tussen het woongedeelte van de burcht en het (nu al lang geleden verdwenen) vestingdeel om het leven. Hun gram is gehaald. Drie jaar later maakt de Stad Groningen de burcht met de grond gelijk en is ’t met de macht van de Addinga’s gedaan.
Nou dan : daaag Addinga’s ! Dat hejje d’r van !

B.) 17e eeuw: HEIBEL MET DE STAD OM PEKEL
Wanneer in 1590 vijf Hollandse Friezen geldelijk gewin zien in de ontginning van de (Oude) Pekelder venen, lopen ze niet veel later tegen de Onstwedders aan. Aan de zuidzijde is er eigenlijk geen echte grens aan het Pekelder veengebied. Althans: dat dáchten Feiko Clock en de zijnen. “Nou, dat hebben jullie he-le-maal fout gedacht heren !” zo krijgen ze heel rap van de Onstwedder eigenerfde boeren te horen. “Al het veen aan de zuidzijde van de Pekel A is Onstwedder eigendom. Dat jullie je dat maar even goed in de oren knopen. En waag ’t niet om …….! Maak ons de ‘bobbekòp’ niet oranje !”
Niet zo heel lang daarna dreigen in Wildervank soortgelijke troubles als de Onstwedders bij hoog en bij laag vasthouden aan de stelling, dat de kerk van Wildervank op Onstwedder grond is gebouwd. Een mening, waaraan lange tijd onvermurwbaar wordt vastgehouden.
Als de Stad Groningen rond 1650 eigenaar wordt van de Pekelder venen willen zij een scheidingssloot (zwet) graven om de grens met het door de Onstwedders geclaimde markegebied duidelijk af te bakenen. Het eerste deel wordt zonder problemen aangelegd. Maar als ze in de buurt komen van wat nu de grens tussen Oude – en Nieuwe Pekela is, slaat de vlam in de pan. De Onstwedder boeren accepteren de rechte lijn richting de Drentse Hondsrug niet en slaan een van de greppelgravers met een zgn. akkerhouw dood. Hoe zo: Onstwedder bobbekòppen ? “Wat denkt dai Stad Grunneger flapdrollen wol nich ? Wie zelt ze wol ais even n lesje leren !”
De Stad Groningen is in die jaren een geduchte politieke en economische macht, maar ze binden nu toch in. Ze verleggen de Barkelasloot 125 roeden (= ca. 550 meter) terug, naar het noorden. De Onstwedders zijn hiermee kennelijk tevreden, want de rust in de Pekelder contreien keert weer.
Het einde van de Barkela(zwet)sloot is denk ik bij alle lezers wel bekend: onder de Gele Klap in Stadskanaal stroomt hij in het Stadskanaal. Tot 1969 was dat nog altijd de grens tussen de Gemeente Onstwedde en de Gemeente Wildervank (waarin het vroegere Pekelder deel van de veenkolonie Stadskanaal in 1837 was opgenomen).

C.) 17e eeuw: HEIBEL MET ‘DAI VAN VALTHE’
In 1611 ontstaat er een grote kloppartij tussen Onstwedder boeren en hun collega’s uit het Drentse Valthe. Dat is niet voor het eerst. De Onstwedders zijn van mening, dat de Valthers hun vee op de (gemeenschappelijke) Onstwedder markegrond weiden en omgekeerd beweren de Valthers hetzelfde. In de jaren daarvoor is ’t al diverse keren voorgevallen, dat men over en weer elkaars vee tijdelijk inpikte. ’t Wordt dan nog steeds net geen oorlog.
Om van het voortdurende, steeds meer escalerende ‘gedonder’ af te zijn krijgt Johan Sems in 1615 van de Groninger stadhouder de opdracht om een rechte grens te trekken van de zuidpunt van het stadsgebied van Groningen naar het klooster van Ter Apel: de latere Semslinie.
Tot aan de Barkelazwet (zie B.) gaat dat vrij soepel, maar zodra landmeter Sems daar voorbij is begin ‘het gegooi in de glazen’ opnieuw. Niet alleen de Onstwedders en de Valthers betwisten de grenslijn, maar ook de Stad Groningen die dacht door zijn (gekochte) eigendomsrecht van Westerwolde aanspraak te kunnen maken op het Ter Apeler Klooster.
De Onstwedder ‘bobbekòppen’  weten te bewerkstelligen, dat in 1644 een nieuwe grens wordt vastgesteld tussen hun markegebied en dat van Valthe. Het voordeel, dat de Onstwedders daarbij ten deel valt is weliswaar niet groot, maar ’t is wel voordeel. ‘Bobbekòpperij’ loont best wel, dat is maar weer eens bewezen !

D.) 18e / 19e eeuw:  AANHOUDEND  GEDONDER  OM  “’t  KNOAL”
De Stad Groningen heeft sinds 1600 scherp ingezien dat er met de ontginning van de venen in de Ommelanden + het turftransport en de -handel goed geld te verdienen is. In dat kader wordt in 1765 begonnen met het graven van het Stadskanaal. De start is in Bareveld, maar naarmate de Barkelazwet wordt genaderd stapelen de problemen zich op. Wat wil je ook: daar liggen de marke-venen van Veenhuizen/Ter Maarsch en Onstwedde en geloof maar niet dat die zich via geheime, onderhandse aankopen van gronden door de Stad een oor laten aannaaien. Hun ‘bobbekòp’-karakter komt voluit naar voren.
Uiteindelijk wordt men het eens, maar de speciale voorwaarden die door de Onstwedders – met name door de Maarsinghs – worden bedongen, zijn nog tot op de dag van vandaag zichtbaar. Het eerste kaartje (uit 1771) van de veenaankopen door de Stad laat zien dat er aan het toen nog daar te graven Stadskanaal allemaal ‘Stads-Hemen’ liggen. Dat zijn gronden die de Stad aan boeren/burgers kon verkopen/verpachten. Middenin die eerste paar honderd meter Stadsgrond (aan weerszijden van waar nu de Onstwedderweg de Poststraat in Stadskanaal raakt) ligt echter ineens een stuk Maarsingh-gebied: niet aan de Stad verkocht maar in eigen beheer gehouden. “Waitst mor nooit …..”
Dat we nu in Stadskanaal sinds ca. 1960 o.a. ‘Plan Ter Maars’, ‘Maarsheerd’, ‘Maarsdreef’, ‘Maarshorst’, ‘Maarsveld’, enz. tegenkomen, heeft indirect alles met die dwarsliggerij van toen te maken.
Ook verderop, richting de huidige watertoren,  komen we trouwens midden tussen de hemen/ gronden van de Stad ineens weer ‘Maarsingh-venen’ tegen.
Maar ’t kan nog ‘bobbekòp’piger !
Op de plek waar in 1935 de Knoalster watertoren is gebouwd, zijn ‘t niet alleen de Maarsinghs, maar alle Onstwedder/Veenhuizer eigenerfden die dwars liggen. Het ontwerp-traject van het Stadskanaal richting Ter Apel spoort volgens hen niet met de Semslinie. De Stad kan uiteindelijk niet anders dan toegeven. Er wordt een dubbele knik gemaakt in de oorspronkelijk rechte kanaallijn: de huidige 1e en 2e Afdraai……..  

E.) 20e eeuw: “SODEMIETER OP ! STOP  JE  ROTZOOI  IN  JE  EIGEN  ACHTERTUIN !”
Om te voorkomen dat deze aflevering idioot lang wordt, is het laatste voorbeeld van de Onstwedder ‘bobbekòp’ dat ik wil geven van 40 jaar geleden. Onze rijksoverheid had bedacht, dat het hoog- en laag-radioactieve afval dat in de kernreactoren van Petten en Borssele en in onze ziekenhuizen werd geproduceerd, uitstekend gedumpt kon worden in o.a. de zoutholtes onder Onstwedde (tussen Barkhoorn en Harpel).
Nou, dat hebben ze geweten. De Anti-Atoomafvalgroep-Oost-Groningen staat in no-time heel solide op poten. Een paar keer komt ’t voor dat de groep op de hoogte is van de allernieuwste ontwikkelingen op atoomenergie & -afvalterrein aleer bijv. de 2e Kamer-leden en soms zelfs de minister op de hoogte is. Tja, als je in binnen- en buitenland gelijkgestemde geesten weet te vinden (en dat lukt A.A.O.G. voortreffelijk) dan blijken illegale kanalen sneller te stromen dan reguliere.
Een knaller van een demonstratie, - waaraan ook vele Duitsers meedoen -, volgt op 5 februari 1977. Een zes kilometer lange auto(protest)stoet + 10 bussen + legio fietsers slingert zich die dag door het Oostgroninger landschap.
Hoewel niet erg vriendelijk geformuleerd, – maar kun je dat van een rood van kwaadheid aangelopen Onstwedder bobbekòp verwachten ? –, staat mij nog altijd het protestbord voor de geest, dat ergens aan het laatste stuk van de Hardingstraat stond. “Geen atoomafval in onze grond !!! Stop het Lubbers maar in z’n kon.. ” (Lubbers was in die tijd onze minister van Economische Zaken en verantwoordelijk voor de evt. afvaldumping).
Algemeen resultaat van alle akties: Onstwedde verdwijnt in rap tempo van de lijst.

F.) 21e eeuw: ZIJN  ‘BOBBEKÒPPEN’  VERANDERD  IN  ‘HOZEZOKKEN’ ?
’t Is niet de eerste keer in de geschiedenis dat Onstwedde bedreigd wordt door een zgn. ‘gemeentelijke herindeling’.’t Is wél de eerste keer, dat Onstwedde dreigt te worden losgekoppeld van de rest van Westerwolde en in de Gemeente S(tadskanaal)-PEK(ela)-(Veen)DAM, - Spekdam dus -, zal moeten gaan dansen naar de pijpen van 4 veenkoloniën. (Veenkoloniën, die elkaar – ik voorspel ’t u – binnen 10 jaar gigantisch in de haren zullen zitten !).
De jaren van prima samenwerking tussen Stadskanaal en met name de gemeente Vlagtwedde op het gebied van o.a. zorg, brandweer, VVV, historie zijn inmiddels met een grove veegbeweging aan de kant geschoven. Diverse Westerwolders maken zich oprecht zorgen over die ontwikkeling en met name over het verdere wel en wee van hun 15 eeuwen trouwe streekgenoot Onstwedde. Bij een (té) groot aantal Onstwedders bespeur ik daarentegen een brok gelatenheid en onverschilligheid die totaal niet valt te rijmen met de ‘bobbekòp’-mentaliteit zoals hiervoor beschreven. Burgemeester Galama kan dan wel beweren, dat de Gemeente Stadskanaal “…..z’n sieraad, z’n Diamant, nooit los zal laten….”, maar dan moet ze er ook zorg voor durven dragen dat dat sieraad z’n oude glans kan behouden! Ik ben bang, dat van de Onstwedder identiteit straks niets meer zal zijn te bespeuren.
Onstwedde, de ‘oude oma’ van Stads- en Musselkanaal, wordt straks gedumpt in een modern Veenkoloniaal Verzorgingshuis, waar managers, directeuren, bestuurders en andere ego-trippers elkaar de tent uitvechten zodat van verantwoorde zorg voor “oma” geen fluit overblijft. 

Informatieve avonden over het herindelingsthema zijn er de afgelopen maand (Eindelijk ! Na 3 jaar !) geweest. Op het moment dat ik dit allemaal schrijf, ken ik de stemming tijdens die bijeenkomsten uiteraard niet, maar gelet op de afgelopen paar jaar vraag ik mij eerlijk af, of de Onstwedder ‘bobbekòppen’ van weleer mogelijk in et heden zijn verworden tot Onstwedder ‘hozezokken’ (= sullen) ……………..

© Geert Schreuder (‘Taikens’) & Klaas Meijer (‘Toal’)