“En …, en toen …, toen wist ik ’t niet meer …..”

De voorloper van het huidige Ubbo Emmius Onstwedde, de Chr. Mavo “’t SPIECK”, heeft een rijke historie achter zich. Talloze leerlingen van toen kunnen nog altijd enthousiast vertellen over de tijd, dat ze zich aan de puberjaren ontworstelden op hun weg naar een waardevol lidmaatschap van de volwassenen-samenleving .
Dat ging echter niet altijd gladjes …..

We schrijven het jaar 1973. In lokaal 2 zit klas 2b de dinsdag uit. Zo’n schooldag met 8 lesuren van 50 minuten van half 9 tot vijf over half 5 gaat je niet in de kouwe kleren zitten. En als de laatste les ook nog Geschiedenis van die fanatieke Meijer is...
Middenin de slot-uitleg van een pittig onderdeel, rond tien over 4 steekt Harma ¹, - volronde meid, middelste rij, achterste bank -, de vinger op. “Mag ik wel even naar achteren ?” (dat was toentertijd de benaming van ‘het toilet’) Meijer signaleert de benauwde uitdrukking op d’r gezicht en geeft vlot toestemming met de toevoeging “Maar wel een beetje opschieten, hè. Ik wil het onderwerp nog afronden voor de bel gaat !”
Harma snel weg en Meijer stapt over op wat algemene thema’s. De tijd gaat dan snel. De klok loopt al richting half 5 als Meijer zich plots realiseert, dat Harma nog steeds niet terug is. Er zal toch niets gebeurd zijn ? Al pratend loopt hij richting de deur van het lokaal om ’s even bij de toiletten, iets verderop in de gang te kijken.
Tot z’n stomme verbazing staat Harma echter pal achter de lokaaldeur, met haar jack al aan, klaar om naar huis te gaan.”Zóóóóóó, jongedame. Dàt had jij gedacht. Jij dacht: ‘’t Is toch bijna tijd. ’t Is de moeite niet meer. Ik doe m’n jack maar al vast aan, dan kan ik zometeen m’n tas meesnaaien en weg ben ik. Haha Harmaatje, dat had jij gedacht !! Weet je wat jij doet ? Jij komt donderdagmiddag maar fijn een uurtje inhalen. En dan knopen we daar gelijk een lesuurtje ‘Hoe moet ik mij fatsoenlijk gedragen’ achteraan. En misschien gaan we dan ook nog een uurtje historisch modeshowen: jack aan,jack uit, jack aan, jack uit, jack aan, enz. Ja, laten we dat maar doen. En nu: als de wiedeweerga op je stoel !”
Als een geslagen hond vlucht Harma langs Meijer naar haar stoel, enkele meters verderop en gaat zitten, d’r jack aan.
Even later is ’t tijd en wordt de schooldag afgesloten. Harma is als één van de allereersten de deur uit.
Zoals in die jaren gebruikelijk blijven twee leerlingen achter: zij zijn de klasse-corveeërs, die na afloop van elke les een week lang bijv. het bord schoonmaken en aan het eind van de dag het hele lokaal weer netjes moeten maken. Stoelen aan-schuiven, rommel van de vloer, ramen dicht, enz. Een minuut of tien ben je gauw zoet met deze klussen. Uiteraard houdt de leraar een controlerend oogje in het zeil. De corveeërs mogen zich er beslist niet met een Jantje-van-Leiden van afmaken !
Het corveeploegje van 2b is nog vinnig bezig met z’n slot-aktiviteiten als klasgenote Trea ¹ binnenkomt lopen. Ze kijkt, tegen haar normale uitstraling in, wat strak voor zich uit.
Meijer vraagt enigszins verwonderd:”Wat nou, Trea. Wil je nú nog je zwoegende corvee-collega’s komen helpen ? Een beetje aan de late kant, niet ?”
Trea’s serieuze blik blijft onveranderd. “Weet u wel wat er ècht met Harma aan de hand was zopas ?” “Hoezo ?”reageert Meijer. “Heb ik iets over het hoofd gezien ?” “Nou ja….”, begint Trea.
“Jongens, jullie corvee-klus zit er voor vandaag wel op, vind ik. Hartstikke bedankt en tot morgen, hè !” Onder vier ogen praat ‘t in dit soort situaties toch beter.
“Vertel Trea. Je hebt met Harma gepraat zoëven ?”
“Ja en ze barstte tussendoor een paar keer in tranen uit. U moet weten: in de pauze van half drie is Harma uit haar broek geknapt. Ze is immers ook niet zo’n …. eh …. dunnetje, zal ik maar zeggen. Een flink stuk van haar rechterbil was te zien. Ze heeft haar broek toen met een veiligheidsspeld, die één van ons bij zich had, weer aan elkaar gekregen. Maar onder uw les is die speld ineens opengesprongen. De punt stak Harma heel venijnig in de onderkant van d’r bil. Toen heeft ze gevraagd om even naar achteren te mogen. Daar wilde ze de speld weer fatsoenlijk vastmaken. Maar dat is helemaal niet gelukt. De kracht was uit de speld. Ze durfde echter niet in een eh…. laat ik maar zeggen…”halve blote kont” het lokaal weer in. Ze was bang dat iedereen naar haar zou kijken en haar vreselijk zou uitlachen. Toen heeft ze maar besloten om haar jack erover te doen, dan was er niets meer te zien. Maar toen ze met haar jas aan voor de deur van het lokaal stond, was ze bang voor wat u ervan zou zeggen als ze met d’r jas aan het lokaal zou binnenstappen. Ze zei daarnet, in tranen: ”En….. en toen …… toen wist ik ’t niet meer….” En toen deed u ineens de deur open ….. En moest ze voor straf 3 lesuren terugkomen….”

Meijer is sprakeloos. Dat gebeurde ‘m in die jaren niet zo heel vaak, maar hij snapt dat hij een fikse inschattingsfout heeft gemaakt. Hij bedankt Trea hartelijk, dat ze ’t zo spontaan voor haar klasgenoot heeft opgenomen. “Zó hoort kameraadschap te zijn”, zegt hij. “Ik zal Harma straks bellen en dan komen zij en ik er samen vast wel uit, dat beloof ik je. Oké ?”

BESLUIT: Na bijna 40 jaar ben ik dit voorval nog steeds niet vergeten. Met name de manier waarop Trea voor haar klasgenote de kastanjes uit het vuur haalde, staat me in de ziel gegrift. Voorzover ik weet heeft Harma van mijn harde woorden en van de venijnige steken van de veiligheidsspeld geen blijvend psychisch of lichamelijk letsel overgehouden.



¹ Uit oogpunt van – misschien wel onnodige - persoonsbescherming zijn de namen van Harma en Trea gefingeerd. 


© Klaas Meijer / Geert Schreuder