No. 53 – 1 februari 2017 : DE  TIGGE-BOERDERIJ,  EEN  HISTORISCHE  PLEK


Sommige dingen die in een mensenbestaan gebeuren zijn té toevalig om toevallig te zijn. U hebt daarvan vast wel voorbeelden uit uw eigen leven en zult soms mogelijk stomverbaasd hebben gestaan.
’t Zal u daarom niet verwonderen, dat ook in de Onstwedder geschiedenis zulke té toevallige gebeurtenissen zijn aan te wijzen. Eén daarvan signaleerde ik het afgelopen jaar.

De steeds meer in verval gerakende, voormalige Hids-boerderij op Dorpsstraat 1 werd – eindelijk – verkocht. De Hids-familie had daar vanaf ca. 1900 geboerd, maar dochter Hanna en haar man Jan keerden terug naar de oerplek van de Hids’en op Veenhuizen 12.
In augustus 2013 schreef ik in deze rubriek al ’s over de moeilijke situatie rond evt. verkoop en gebruiksmogelijkheden van dit (toen nog beschermde) pand.
En wie waren medio 2016 de kopers ? Een echtpaar, dat al enige jaren in Onstwedde woont en z’n stekkie daar duidelijk heeft gevonden. Anders koop je zo’n monumentaal pand op een heerlijk royale kavel ook niet.
En hoe ze heten? René & Gerda Nijenbrinks met hun dochter Marije.
“Nou en ?”, zo zult u misschien reageren.”Elk en aine in Onstwedde ken toch nait Wubs haiten ?” Daar hebt u natuurlijk een punt. Maarrrrr ……..
U weet vanzelfsprekend waarom het straatje, dat achterlangs ‘Brinkhof’ loopt ‘Tigge’ heet. ‘Tigge’ is simpelweg een ander/ouder woord voor ‘brink’. De plek die wij nu ‘Brink’ noemen vormde oudtijds de buitenrand van het Onstwedder ‘Loug’, de woonstek van de oudste bewoners, in een halve cirkel rond de kerk. Een Brink is oorspronkelijk de plek waar de gezamenlijke boeren vergaderden over zaken van algemeen belang. De Onstwedder brink werd echter al vrij snel gebruikt als nachtverblijf voor het vee. Het vee, dat overdag graasde in het markegebied onder toezicht van een scheper (=schaapherder) of een kouheer (=koeienherder).
Als vergaderplek was dus een nieuwe plek nodig. Die werd naast de brink gevonden, op de ‘tigge’. De ‘tigge’ werd dus de nieuwe brink, de nije brink. Naast die ‘tigge’ stond zeker al rond 1450 een boerderij. ’t Zal u niet verbazen dat de oudstbekende bewoner dan ook Ghert up ten Thije (ook wel Gerd Upnthie) heette. ‘Geert van de Brink’  zouden wij hem anno 2017 noemen.
En hoe heten als gezegd – toevallig ????  – straks de nieuwste bewoners van de verbouwde/gerestaureerde boerderij ? De familie Nije(n) brink(s) ! Je houdt ’t niet voor mogelijk !

We hebben ’t over een plek met een bijzonder rijke historie. Niet alleen was ’t dus oudtijds de vergaderplek van de Onstwedder dorpsbevolking, maar ook de bewoners van de ‘Tigge’-boerderij hebben in de afgelopen eeuwen naam gemaakt.
• - Genoemde Ghert up ten Thije komen we ca. 1470 tegen in een Klaagschrift van een groep Westerwolders, gericht aan de Bisschop van Münster, over de wandaden van Egge II Addinga, de burchtheer van Wedde.
Onder klacht No. 46 klaagt Ghert, dat Egge Addinga van alles en nog wat uit zijn huis heeft gestolen, de inboedel kort en klein heeft geslagen en één van z’n kinderen ernstig heeft mishandeld, omdat ze Ghert zelf niet konden vinden. En dit alles ondanks de belofte van vrijgeleide, die Egge Addinga aan Ghert had gedaan vóórdat deze een 12-mans afvaardiging naar de Wedder Burcht had gestuurd.
• - Omstreeks 1550 komen we als bewoner Boele uppen Tigge tegen. Vandaar dat de volgende bewoners ‘Boeles uppen Tigge (of: Tije)’ als familienaam dragen. Omstreeks 1600 wordt dat ingekort tot ‘Boels’ (= nazaat van Boele). Inderdaad: ’t zijn de stamvader(s) van de Boels-familie die wij in ons dorp en rondom kennen. (De familie Hids, die – als gezegd – sinds kort voor 1900 op de ‘Tigge’-boerderij zat, is via de Huiges-familie aan het Boels- nageslacht verwant.)
• - Tegen het eind van de 18e eeuw komen we op de ‘Tigge’-boerderij Abel Hindriks Boels tegen. Hij (21 jr.) is getrouwd met Christina Freerks Harding, z’n 5 jaar oudere buurmeisje en dochter van de invloedrijke Harding-familie. Maar ook Abel weet van wanten en vestigt z’n naam definitief als eind februari 1795 zijn boerderij als berovingsdoel wordt uitverkoren door een 12-tal Engelse soldaten onder aanvoering van een sergeant. Die groep wil terug naar huis en is al zwervend vanuit het Duitse Emsland in Onstwedde terechtgekomen. In het café van Harm Strating (nu Havenstraat 2) hebben ze zich al een stuk in de kraag gedronken en hun plunderoog valt na hun vertrek daar op de boerderij van Abel Boels, schuin tegenover. Abel komt net op dat moment met paard en wagen thuis van een bezoek aan de korenmolen bij Meul’npoale.
Een schot door de arm is z’n eerste kennismaking met het rapalje. Hij vlucht z’n huis in, Christina raapt in ijltempo de kostbaarheden bijeen, de in huis wonende personeelsleden worden gewaarschuwd en samen met hun 3 kinderen vluchten ze via het karnhuis. De soldatenbende breekt zich ondertussen aan de andere kant een weg naar binnen. Als hun blijkt, dat er niets kostbaars meer te vinden is, steken ze uit woede de boerderij in brand. Dan vertrekken ze.
Eén van de plunderaars komt enigszins achter de anderen aan. Dat had hij beter niet kunnen doen, want een knecht van Boels ziet hem, aarzelt niet en slaat de bezopen militair met een zware bijl de schedel in. (N.B. In een andere versie van deze aktie rijgt de knecht de soldaat aan een hooivork en gooit hem met een geweldige zwaai middenin in de brandende boerenhoeve.)
• - De Onstwedder kerspel-boeren hadden mogelijke problemen met de rondzwervende soldaten al enigszins gevreesd. Ze hadden daarom afgesproken, dat als er een van hen schade zou oplopen, ze die strop gezamenlijk zouden delen. ‘Participatie’ om ’t een beetje modern te omschrijven.
Nu Abel z’n boerderij is afgebrand, doet hij derhalve een beroep op die afspraak. Als ’t op betalen aankomt, blijken z’n boeren-collega’s evenwel niet zo vlot. Betaling komt uiterst moeizaam van de grond, zelfs nadat dominee Meiling zich ermee heeft bemoeid. Uiteindelijk duurt ’t tot 1810 – 15 jaar na dato !! – aleer de laatste bijdrage is betaald. De nieuw gebouwde Tigge-/Boels-hoeve krijgt daarna de bijnaam ‘De Bedel-boerderij’.
• - “Van je fouten moet je leren” is al een heel oud gezegde, waarvan je je het beste ook maar wat kunt aantrekken. In wezen was de afspraak, die de Onstwedder boeren onderling hadden gemaakt immers een soort coöperatieve brandverzekering, waarin de bereidheid werd uitgesproken om elkaar in tijden van nood te steunen. Die grondgedachte was de moeite waard om te behouden, de uitvoering behoefde beslist een fikse verbetering. Daarvoor hebben de Onstwedders royaal de tijd genomen. Pas op 17 januari 1849 wordt de ‘Onderlinge Brandverzekering Onstwedde’ officieel geregistreerd. (Later heet die: Onderlinge Brandwaarborg Mij. ‘Onstwedde’; nog later ‘Univé Onstwedde’). Zo was de brand op de Tigge (en het gedoe daarna) toch nog ergens goed voor.  O.B.M. ‘Onstwedde’ heeft bijna 150 jaar lang een uitstekende naam gehad in Westerwolde en rondom.
• - Abel Hindriks Boels wordt na de Franse tijd de allereerste burgemeester van de burgerlijke Gemeente Onstwedde. Zou dat nog een goedmakertje geweest zijn voor het langjarige gezeur met de betalingen ? Ik denk ’t niet. Abel Boels komt uit allerlei stukken naar voren als een krachtdadig en sympathiek mens. Hij is waarschijnlijk “gewoon” de meest geschikte persoon geweest voor die functie en heeft dat ook waar gemaakt.
• - Dat de Boels-familie middenin de Onstwedder samenleving stond en sociaal-maatschappelijk z’n steentje zeker vele, vele jaren heeft bijgedragen, bleek bijv. toen de Gereformeerde kerkgemeente in 1869 een nieuwe kerk wilde bouwen. Voor ƒ 70 (en dat was ook toen een luttel bedrag) verkochten de Boels-nazaten een deel van hun erf aan het kerkbestuur. Het huidige kerkgebouw én de pastorie staan nog altijd op voormalige ‘Tigge’-grond en zaal ‘Brink-hof’ houdt die relatie ook in z’n naam levend.
• - Net zoals de familie Nije(n)-brink(s) dat dus zal gaan doen.

Namens jullie mede-Onstwedders veel succes met de verdere restauratie en we hopen dat jullie er lang en met heel veel plezier zullen mogen wonen.  
  
© Co-productie van Geert Schreuder (Taikens) en Klaas Meijer (Toal)