07.12.2012 Familie Luring

We zijn bij de ene natuurliefhebber net de deur uit, en we staan alweer bij de volgende op de stoep. We gaan op bezoek bij Harry en Chonda Luring, omdat sinds half november jl. hun melkveebedrijf volledig is overgegaan op biologische bedrijfsvoering. Sinds mei 2011 waren ze er al mee bezig, want een verplichte omschakelperiode van anderhalf jaar is nodig voordat er officieel SKAL-gecertificeerde biologische melk geleverd mag worden.
 
Vruchtbaarheid van de bodem
Wie biologisch boert mag geen kunstmest en geen onkruidbestrijdingsmiddelen gebruiken. Het grasland van de Lurings is daarom vanaf mei 2011 bemest met natuurlijke produkten als dunne mest, stromest, zeeschelpenkalk en biologische  compost. Deze organische materialen worden allemaal opgenomen in de bodem, waar het bodemleven, d.w.z. allerlei bacteriën, schimmels, wormpjes, kevertjes en torretjes zich er vervolgens te goed aan doen. Deze verwerken dit materiaal en scheiden het vervolgens weer uit. Op deze manier verbetert de kwaliteit en de structuur van de bodem. Zo ontstaat er ook een natuurlijke kringloop: de (stro-)mest van de koeien en kalfjes gaat op het land, dit wordt opgenomen in de grond en op die grond groeit weer het gras dat de dieren eten.   

Dit is echter niet het enige wat Harry en Chonda doen voor een gezond weiland. Er is ook een complex zaadmengsel in het grasland gezaaid, met allerlei soorten klaver, grassen en kruiden als peterselie, karwei, weegbree en duizendblad. Dit is goed voor bodemkwaliteit en – structuur, maar   ook voor het vee vanwege de gezonde vitaminen en mineralen in deze planten. De koeien kunnen opnemen wat ze nodig hebben, daar hebben ze van nature een neus voor.

Duurzaamheid
De stap naar meer duurzaam vee is zo’n vijf jaar geleden al gemaakt. Harry en Chonda maakten toen al de keus voor het inkruisen met andere rassen. Net als de meeste veehouders zijn ze namelijk begonnen met Holstein-koeien, de bekendere zwart-witte koeien. Deze koeien kunnen goed melk geven, maar doen dat soms ten koste van eigen gezondheid en conditie. Om ‘sterkere’ koeien te hebben, die langer meegaan, werd er ingekruist met Fleckvieh en daarna met Scandinavisch roodbonten. Gevolg: de stal wordt nu ook bevolkt door lichtbruine, grijsbruine, donkerbruine en roodbonte koeien. Deze dieren zijn wat meer bespierd en constanter qua conditie. Nu de koeien biologisch gevoerd worden is de melkproductie gezakt, maar de vruchtbaarheid en gezondheid van het vee is in de afgelopen tijd verbeterd. De koeien zijn beter in balans. Als er toch iets aan de hand is met een koe, probeert Chonda eerst met homeopathische middelen, kruiden of andere natuurlijke middelen, zoals knoflookdrank, om het dier te genezen. Vaak lukt dat wel. Antibiotica is in de biologische melkveehouderij niet verboden, maar het wordt liever niet gebruikt. Het vertrouwen in de kracht van de natuur is groot.  

Weidegang
Al het voer dat de koeien en kalfjes krijgen is 100% biologisch. Zodra het weer en de weide goed zijn, gaan de koeien en kalfjes in het voorjaar naar buiten. Dat is altijd een prachtig gezicht. Vanaf de geboorte krijgt een kalf eerst minimaal 3 maanden lang volle melk. Langzamerhand gaan ze over naar vaster voedsel: brokjes en (ingekuild) gras. Het weiden van de kalveren is ook een verplichting voor biologische melkveehouders. Zo leren de kalfjes al vroeg in hun leven om te grazen. In de zomer weidt al het vee van Harry en Chonda dag èn nacht. Alleen om gemolken te worden, om 6 uur ’s morgens en om 6 uur ’s avonds, worden de melkkoeien naar de stal gehaald.
 
Fascinatie voor de natuur
Uit de enthousiaste manier waarop de Lurings vertellen over het hele proces kun je duidelijk opmaken dat ze blij zijn dat ze deze overstap naar een biologische werkwijze hebben gemaakt. Niet alleen omdat ze op deze manier op een respectvollere manier met hun dieren en de natuur omgaan, maar ook omdat ze weten dat het van belang is voor toekomstige generaties. Dan duikt het begrip duurzaamheid weer op. Het is goed om zuinig te zijn op grond en om het bodemleven daarin te voeden. In Amerika is de laatste eeuw een groot deel van de landbouwgrond ongeschikt is geworden voor het verbouwen van voedsel, door o.a. overbemesting en bestrijdingsmiddelen. Het bodemleven is daarmee gedood en de grond onvruchtbaar. Dat kan voorkomen worden door de bodem te blijven voeden met organisch materiaal. Een goede bodem is de letterlijk en figuurlijk de grond van het bedrijf. De natuur zit prachtig in elkaar en voor Harry en Chonda is het een uitdaging om zo veel mogelijk met die natuur mee te werken. Dat geeft hen veel voldoening en werkplezier.  

Bewustere leefstijl
De vraag naar biologische zuivel is groter dan het aanbod in Nederland, vandaar dat er vanuit het buitenland ook biomelk wordt geïmporteerd. Steeds meer mensen kiezen bewust voor biologische producten en onbewerkt voedsel dat dicht bij de natuur staat. Veel sectoren lijden onder de economische crisis, maar de biologische sector blijft gestaag groeien.    

Als Chonda zelf boodschappen doet is ze ook een bewuster geworden van wat ze in haar winkelkarretje doet: zo weinig mogelijk eten ‘uit de fabriek’ (pakjes, potjes, zakjes), zo veel mogelijk biologisch, vers en puur. Het grappige is, dat ze ook regelmatig zelf het weiland in gaat en verschillende planten plukt die ze dan in het eten verwerkt. Zo gaan de bladeren van de smalle weegbree, de paardebloem, de brandnetel of het duizendblad regelmatig door een smoothie, soep of salade. Die kruiden zijn niet alleen voor de koeien, maar ook voor mensen gezond!

Vol van wat we nu allemaal hebben geleerd, maar ook onder de indruk van de enthousiaste manier waarop over de biologische manier van boeren werd verteld, gaan we met een volgeschreven kladblok weer richting het dorp…….vanaf nu kijken we toch wel een beetje anders aan tegen de melk in de schappen…

e-mail