- Terug
- OorlogsverhalenOnstwedde
- Verhaal 3: Onderduiken - Jan Wever
Verhaal 3: Onderduiken - Jan Wever
In de jaren na de Duitse bezetting van Nederland in mei 1940 werden de gevolgen van het nieuwe bewind ook in Onstwedde steeds zichtbaarder en voelbaar. De vrijheid van de Nederlandse bevolking werd stap voor stap ingeperkt. Onderdrukking, uitsluiting en vervolging werden de dagelijkse realiteit, en voor velen kwam de angstige beslissing om onder te duiken om te ontsnappen aan deportatie. Dit bracht een zware verantwoordelijkheid voor mensen in de dorpen en steden, die moesten beslissen of zij hun levens en die van hun gezinnen op het spel wilden zetten om anderen te helpen.
Dit geldt ook voor de Onstwedder Jan Wever. Jan Wever stond bekend om zijn goede humor en samen met zijn vrouw Jacoba runde hij een textielwinkel in de Luringstraat. In de zomer van 1943 kwam Jan ter ore dat de Joodse familie Meijer, die ondergedoken zat bij Jacob Korsse, daar niet langer veilig zat. Jan en Jacoba aarzelden niet en zij boden onderdak aan de Joodse familie Meijer. Het was een gevaarlijke beslissing, maar voor Jan en Jacoba voelde het als iets wat ze gewoon moesten doen.
De familie Meijer dook onder op de zolder boven hun winkel, waar zij dag en nacht stil moesten zijn om niet ontdekt te worden. Overdag moesten de 'gasten' zo stil mogelijk zijn; ze mochten geen geluid maken dat klanten beneden kon horen. ’s Avonds, wanneer het dorp in rust was, mochten ze even naar buiten om frisse lucht te halen. Het leven werd echter steeds moeilijker. Er waren voedseltekorten, en alles wat gekocht moest worden, was op de bon. Jan wist op verschillende manieren aan extra distributiebonnen te komen om zowel zijn eigen gezin als de onderduikers te voeden. Helaas bleef dit niet onopgemerkt in het dorp. Er waren altijd mensen die wantrouwig waren, en Jan wist dat er risico's waren.
En toen, in de nacht van 14 op 15 juni 1944, ging het mis. De Landwacht, en een groepje fanatieke NSB’ers, deed een inval bij Jan Wever. Ze zochten naar bewijzen van zwarthandel en vonden een grote hoeveelheid bonnen, ook de familie Meijer werd bij deze inval ontdekt . Jan werd gearresteerd. Hij werd beschuldigd van het helpen van Joden en het verzamelen van distributiebonnen. Hij werd gedeporteerd naar kamp Mauthausen, een berucht kamp in Oostenrijk. Daar moest hij zwaar werk verrichten, onder erbarmelijke omstandigheden en met nauwelijks voedsel. Toch overleefde Jan de barre winter en de honger in het kamp, tot de Russen het kamp in 1945 bereikten. Jan overleefde ook de dodenloop die hier op volgde, maar eenmaal aangekomen in het ziekenhuis van Groningen was Jan er slecht aan toe, uitgehongerd en ziek, en woog nog geen 80 pond... Op 26 juni 1945 stierf Jan Wever aan de gevolgen van de ontberingen, hij was slechts 31 jaar oud.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog doken naar schatting zo’n 350.000 mensen onder voor de Duitse bezetter. Ook in Onstwedde waren er veel gezinnen die onderduikers in huis namen, sommigen voor enkele nachten, anderen voor langere tijd. Het faciliteren van onderduikadressen, voedsel, transport of wat voor hulp dan ook werd door de Duitsers gezien als daad van verzet met zware straffen tot gevolg. De bereidheid van Nederlanders zoals Jan om hun eigen veiligheid op te offeren voor het welzijn van anderen, zelfs in de donkerste tijden, zijn een voorbeeld van menselijkheid en ongekende moed. Het verhaal van Jan Wever staat dan ook symbool voor de talloze anderen die net als Jan niet kozen om weg te kijken, maar om hun medemens te hulp te schieten in tijden van nood. Het daarom belangrijk dat het verhaal van Jan zijn heldendaden voortleeft, als herinnering aan de gevaren en opofferingen die het onderduiken met zich meebracht in de tijd van de Duitse bezetting.
