- Terug
- Nieuws
- LOSSE FLODDER: Fritz en Willy van de Flugwache
LOSSE FLODDER: Fritz en Willy van de Flugwache
Om de 81e BEVRIJDINGSDAG van ons dorp te vieren (12 april ’26) is deze Losse Flodder een uitgebreid verhaal!
In de oorlogsjaren werden door de Duitsers op verschillende plaatsen in Groningen Flugwaches opgezet voor het waarnemen van geallieerde vliegtuigen. Het waren houten gebouwtjes met torens, die vaak een observatiekoepel hadden. Ook op de Veenhuizer es bij Onstwedde stond zo'n Flugwache, kortweg Fluwa.
Ten zuidwesten van de boerderij van de vrijgezelle broer en zussen Migchels op de Veenhuizer es bij Onstwedde staat een luchtwachtpost van de Duitsers. (1) Al in het eerste oorlogsjaar is de post daar gebouwd. Bij het houten gebouwtje, waarin een groepje soldaten permanent bivakkeert, staat een uitkijktoren. De mannen houden in wisseldiensten dag en nacht het luchtruim in de gaten met hun sterke kijkers. Ze hebben vanaf deze es rondom vrij zicht. Geallieerde vliegtuigen die ‘onder de radar’ vliegen geven ze door aan de Stellungsflugmeldezentrale. De gegevens van het vliegtuig, zoals snelheid, richting, hoogte en afstand, worden daar op een kaart geschreven en telefonisch aan vliegveld Leeuwarden doorgegeven, waar Duitse jachtvliegtuigen zijn gestationeerd. Die kunnen op hun beurt aanvallen doen op de ongewenste toestellen. In hun observatiepost, door buurtbewoners van Veenhuizen de luisterpost genoemd, hebben de mannen ook wapens, waarmee ze kunnen vuren op hun tegenstanders in de lucht.
Max is de commandant van de Flugwache in Veenhuizen. Hij is een felle nazi met een uitgesproken mening. Zijn onderdanen, waaronder Fritz, Willy, Karl en Adolf, zijn veel milder. Het merendeel van de groep komt uit Oostenrijk. Ze zijn op deze post geplaatst, niet omdat ze zo oorlogszuchtig zijn, maar omdat ze van hogerhand deze taak moeten uitvoeren. Behalve de norse en eigengereide Max streven de mannen naar een goede verstandhouding met de lokale bevolking. Ze kopen bij de boerderij van Berend en Margrietha Migchels op Veenhuizen 5 regelmatig melk. Boodschappen halen ze vlakbij, in de kruidenierswinkel van Jan en Siene Smith. In hun verblijf koken de wachters zelf hun maaltijden. De mannen ondernemen op de fiets ook kleine toeristische uitstapjes. Daarbij vallen ze wel op in hun militair tenue, want er zijn doorgaans geen Duitse soldaten in de omgeving van Onstwedde te bekennen.
Kinderen uit de buurt vinden de luchtwachttoren en de aanwezigheid van de militairen in hun stoere uitrusting ook heel interessant. Fokko Greven, een jongen van een jaar of 12, woont dichtbij aan de Dwarstukkerweg. Zijn oudere broer Willem is groenteboer in het dorp. Deze Willem krijgt een bestelling van de luchtbewakers voor groenten. Fokko - hij kent de Fluwa-mannen al een beetje van hun bezoekjes bij hem thuis - mag de bestelling bij het houten gebouwtje afleveren. Hij brengt de verse groenten en durft te vragen of hij eens boven op de toren mag kijken. En dat mag! Fokko beklimt de trappen en ziet door een grote verrekijker de wijde omgeving. Zelfs Pekela en Veendam herkent hij!
Een aantal ‘Flugwachers’ heeft bezoekadresjes gevonden in de nabije omgeving van hun toren. De gezelligheid van thuis missen ze en de huiselijke sfeer bij burgers uit de buurt vinden ze fijn. Een van de wachters is Fritz Zippel, afkomstig uit Cottbus. Het is een man van middelbare leeftijd, tandarts van beroep en hij heeft een fijn karakter. Een maatje van hem heet Wilhelm Pfeufenberger. Willy, zoals hij door iedereen wordt genoemd, is een vijftiger en komt uit Oostenrijk. Na inlijving van zijn vaderland bij Duitsland in 1938 heeft hij, net als zijn collega’s uit dat land, ook de pech te moeten dienen in het leger van Hitler. De wat oudere Oostenrijkers zijn niet geschikt voor het front, maar wel voor rustige, doch belangrijke taken zoals de Flugwache.
Fritz komt bij meerdere buurtgenoten in huis voor een praatje en een kop koffie, maar zijn favoriete adresje is al gauw bij Jan en Imke Migchels en hun gezin. Zij wonen in een boerderij op nummer K352 in Boven-Alteveer. (2) Regelmatig is hij er, soms samen met Willy, te vinden in zijn vrije tijd. Hennie, de oudste Migchels-dochter, werpt een blik op Willy. “Wat het dai mooie broene ogen…”, mijmert ze. Fritz voelt zich erg op zijn gemak in het gezin en kan goed overweg met de kinderen Hennie, Zwaantje en Jopie. Dankbaar is hij, dat hij er telkens zo gastvrij wordt ontvangen.
Boer Jan Migchels is óók luchtwachter. Hij is lid van de Luchtbeschermingsdienst van de gemeente Onstwedde. Af en toe heeft hij dienst in de dikke toren van de Hervormde kerk. Uit de galmgaten liggen loopplanken om goed overzicht te hebben over het gehele gebied. Jan en Fritz realiseren zich dat het wel bijzonder is, dat een Nederlander en een Duitser met een vergelijkbare taak samen in één kamer in Alteveer zitten. Jan met zijn taak om Duitse vliegtuigen op te sporen, Fritz juist anti-Duitse. Ondanks die tegenstelling kunnen ze goed met elkaar overweg.
Jan, Imke en Fritz delen persoonlijke ervaringen en zorgen. Zo brengt Fritz naar voren, dat zijn zoon Lutz bij de Hitlerjugend is. Verschrikkelijk vindt hij het, dat Duitse kinderen verplicht aan deze beweging moeten meedoen. Maar wat doe je tegen de regels van een Führer, die eist dat zijn bevelen zonder nadenken en tegenspraak worden opgevolgd? Als afleiding van de toestand in de wereld praten ze ook over luchtiger onderwerpen, zingen ze samen met de kinderen bij het orgel en maken ze plezier. Fritz zegt dat hij niets liever wil dan dat de oorlog voorbij is en dat hij weer naar huis kan. Hij is een gelovige man. “Doch nicht klagen, wass Gott will, sollst du ertragen”, schrijft hij. (3)
Fritz heeft een fijne hobby, tekenen. Zijn potloden en een klein boekje met ruitjespapier geven hem wat afleiding. Op een vrije zondagmiddag maakt hij aan de tafel van het bemanningsverblijf een tekening van zijn geliefde woonplaats Cottbus. De brug op de voorgrond, de gebouwen en kerken tekent hij op de achtergrond. Zo is hij in gedachten toch een beetje bij thuis. Ook dichten kan hij goed. Zijn dankbaarheid jegens de familie Migchels en zijn hoop op wereldvrede verwoordt hij in een gedicht en overhandigt die aan Imke. Ze is onder de indruk…
Willy heeft gehoord, dat er in Onstwedde een vrouw woont, die ook uit Oostenrijk komt. Ze heet Trees Hanker en is getrouwd met Albert Kruize, de organist van de kerk. Het stel heeft aan de weg naar Smeerling een kruidenierswinkeltje. (4) Regelmatig fietst Willy er met plezier naar toe. “Albert Kreuzes Frau ist meine Freudin”, zegt hij met een knipoog tegen anderen. Ja, de twee Oostenrijkers liggen elkaar wel. In hun eigen taal converseren ze. Dat voelt vertrouwd en niemand in het dorp kijkt Trees erop aan, dat deze man, in dienst van het Duitse leger, bij haar in huis komt.
Vaak neemt Fritz pen en papier bij de hand om zijn gedachtenspinsels te noteren. Het van zich af schrijven doet hem goed. Maar er moet ook gewerkt worden, daar bij de Flugwache. Max is onverbiddelijk en ziet erop toe dat zijn mannen serieus speurwerk doen. Op zeker moment is een formatie Engelse vliegtuigen waargenomen en het vuren vanaf de toren begint. Eén van de toestellen lijkt geraakt te zijn en gaat stijl naar beneden. Maar het is anders dan de mannen van de Flugwache denken. Dit toestel maakt juist op dat moment een duikvlucht en neemt een locomotief op het stationsterrein in Stadskanaal onder vuur. De loc raakt doorzeefd met kogels en staat stoombrakend op de rails. (5)
Het is Sinterklaasavond. Fritz is uitgenodigd en de dochters van Migchels staan in het donker naar de weg te kijken of ze het kleine streepje licht uit de afgeplakte voorlamp van Fritz al zien. Ja, daar komt hij! Fritz gaat eerst bij de kachel zitten om op te warmen. Dan vieren ze samen Sinterklaas. Wat een fijne sfeer met de gedichtjes en kleine cadeautjes. “Komt er nog niet dat kleine licht, waar achter zit de vrolijke Fritz?’, leest Fritz op z’n beste Nederlands in een gedicht, dat Hennie voor hem heeft geschreven. De Flugwacher geniet van alle rijmseltjes en de gezelligheid met ‘Jahn, Imka, Hanni, Zwanchen und Joppie’, zoals hij ze noemt. Aan het einde van de avond neemt hij zijn pakjes en gedichtjes mee naar de luisterpost en geniet nog na.
De kerstdagen van ’44 naderen. Fritz heeft het zwaar, hij mist zijn familie. Om zijn gedachten wat af te leiden rijdt hij weer naar zijn ‘tweede thuis’ in Alteveer en zet zijn fiets in de waskamer. Daar is juist de vrouw des huizes bezig met de was. Fritz vertelt openhartig, dat hij het zo moeilijk vindt om al weer niet met de Kerst thuis te zijn bij zijn vrouw. Imke reageert begripvol en ziet bij Fritz de tranen over de wangen rollen. Ze heeft medelijden met hem. Zijn inzet voor de oorlog is nooit zijn keuze geweest en de lange periode van scheiding van zijn geliefden drukt op de luchtwachter.
Op tweede Kerstdag is de 10e verjaardag van Jopie, de jongste van het gezin. Fritz klimt voor haar weer in de pen. Hij schrijft, beginnend met halfbakken Nederlands en verder in zijn moerstaal: “Liebe kleine Joppi! Hartelik gefiliciteerd zum Gebrtstag, viel Glück und alles Gute wünscht Dir den fröhliche Fritz.” Op de achterkant doet hij een poging in het Nederlands te schrijven – en dat lukt hem heel aardig! Jarige Jopie is blij met het mooie kaartje en bewaart het goed.
Vlakbij de brug over het Alteveerkanaal woont de familie Groen in een klein huisje. (6) Daar zijn ’s nachts drie Duitse deserteurs aan komen lopen. Ze zijn moe en niet meer gemotiveerd om mee te doen aan de militaire activiteiten. In de woning van Groen vinden ze voorlopig onderdak. Hun schoenen zijn ‘ganz kaput’. Buurman Groen gaat naar Jan en Imke om te vragen of zij nog schoenen voor de drie hebben. Hennie en Zwaantje halen oude schoenen van hun vader van zolder. Fritz is op dat moment bij de familie Migchels op bezoek. Hij heeft ook gehoord wat buurman Harm Groen vraagt. Hoewel het zijn taak zou zijn om de deserteurs op te laten pakken, doet hij dat niet. Fritz en verraad passen niet bij elkaar, Fritz en Frieden des te meer.
Het wordt voorjaar in ’45. Fritz vermoedt dat de bezetting ten einde loopt. Hij verzamelt allerlei persoonlijke spullen in een doos en neemt die mee, achterop zijn fiets, naar de hem zo vertrouwde boerderij om die daar in bewaring te geven. Zijn voorgevoel klopt. Alles verandert op 12 april ’45, ook voor de Flugwache-mannen. De Polen bevrijden het dorp Onstwedde vanaf de oostkant en de Duitse luchtwachters krijgen het benauwd, enkele van hen raken zelfs vreselijk in paniek. Ze waarschuwen snel de buurtgenoten dat ze hun houten wachtlocatie gaan opblazen, zodat de bewoners zich in veiligheid kunnen stellen. De mannen gooien handgranaten in hun verblijf. Er volgt een kleine brand, maar het grootste deel van het gebouw en de uitkijktoren blijft staan. (7)
Willy is ontzettend bang dat de bevrijders hem zullen oppakken, met alle mogelijke gruwelijkheden van dien. Hij ziet geen uitweg en pleegt zelfmoord. Het is een grote slag voor Fritz en de andere collega’s. Ze zijn er ontdaan van, maar lijfsbehoud telt nu. Ze vluchten zo snel ze kunnen op hun fiets richting oud-Alteveer om te proberen zich in veiligheid te stellen. Fritz verlaat op zeker moment de groep en rijdt naar de familie Migchels. Opnieuw is er een warm onthaal voor hem, maar Jan en Imke beseffen ook, dat hij niet heel lang bij hen kan blijven. Na een paar dagen, als de Polen al weer zijn doorgetrokken richting Pekela’s, zegt Jan tegen Fritz, dat hij zich maar moet melden bij de leiding van de krijgsgevangenen in Wolfs’ kunstmestloods bij de Onstwedder haven. Dat doet hij.
Daar treft Fritz zijn maten. Zij vertellen hun belevenissen van de afgelopen dagen. Ze waren tot Alteveer gefietst, troffen daar een groep Duitse soldaten en sloten zich bij hen aan. Niet lang daarna echter vielen ze toch in handen van de Poolse bevrijders en moesten mee naar de loods van Albert Wolfs. Een tijd later wordt de groep naar een andere plek vervoerd en opgesloten. Elf maanden lang duurt de krijgsgevangenschap van Fritz en zijn lotgenoten. Pas dan is hij weer vrij man en keert terug naar zijn familie in Cottbus. De goede contacten met de familie Migchels blijven levenslang bestaan. (8)
FOTO: Gedicht dat Fritz schreef voor Imke Migchels-Bessembinders
Noten:
1 - Nu Veenhuizerweg 6
2 - Nu Alteveersterweg 29
3 - Na de oorlog werd duidelijk dat Lutz was omgekomen
4 - Nu Kampweg 5
5 - Voorval op 29 nov. ’44
6 - Nu Dwarsstukkerweg 2
7 - Geïnterneerde NSB’ers hebben het later afgebroken
8 - Doos met persoonlijke spullen haalden Fritz en zijn vrouw met Kerst ’55 weer op
De uitkijkpost van de Duitsers op de Veenhuizer es komt ook voor in hoofdstuk 14 van ‘De muren hebben oren’.
Oral history, m.m.v.
Hendertje (Hennie) Migchels, Stadskanaal (103 jaar!)
Albertje Velthuis-Timmer, Onstwedde
Tini Wilzing-Bruggers, Onstwedde
Koos Smith, Sellingen
en met gebruikmaking van www.zuurdiek.nl en het boek ‘Surrogaat is er genoeg’, Harry Wubs
Oproep:
Hebt u nog een bijzondere herinnering, klein of groot, aan de jaren ’40-’45 in Onstwedde? Of kent u iemand die er nog iets over kan vertellen? Voor de rubriek ‘Losse Flodders’ ontvangen we graag uw tip of informatie via de mail: redactie@onstwedde.info
Lees meer over Losse Flodders
