• Terug
  • Nieuws
  • BIJNA vergeten, maar interessante historische WEETJES
23 februari 2026

‘Taikens & Toal’ is een co-productie voor Onstwedde.info van kunstschilder Geert Schreuder (taikens/tekeningen) en Klaas Meijer (toal/teksten) over het Onstwedder wel en wee van toen, met een knipoog vanuit het heden.


AFL. 94 – 23-02-2025:  BIJNA VERGETEN, MAAR INTERESSANTE  HISTORISCHE  WEETJES

****************************************

Geert en ik verzorgen inmiddels al zo’n veertien jaar deze rubriek. Nadat ik een meestal historisch getinte tekst heb geschreven, produceert Geert er in no time een tekening bij, waarin zijn uiterst creatieve talenten onmiddellijk herkenbaar zijn.
Ik, Klaas, heb natuurlijk zo’n 40 jaar lang o.a. geschiedenislessen gegeven aan met name de Onstwedder Chr. Mavo “’t Spieck”, nu Ubbo Emmius Onstwedde. Uitgangspunt bij die lessen was meestal de lokale of regionale geschiedenis. Van daaruit gingen we dan “de wereld” in.
In wezen is het voor een ouwe schoolmeester een beetje triest dat hij ruim 20 jaar na zijn pensionering moet vaststellen, dat hij elementen uit de geschiedenis (onopzettelijk hoor!) heeft verwaarloosd. Elementen die ook nog vaak verweven zijn met onze taal.
Zielig? Nee, gelukkig niet. Want ik praat jullie bij dezen bij. En Geert zit al klaar.

De volgende keer dat je je handen wast, en je vindt de temperatuur van het water niet echt aangenaam, bedenk dan eens hoe ’t er ooit in vroegere tijden aan toeging.
Nou, daar gaan we dus met een aantal feiten uit die vroegere tijd. Zo rond het jaar 1500...

1.) De meeste mensen trouwden vroeger in juni, omdat ze in die tijd hun jaarlijkse bad namen in mei, en dus in juni fris roken. Maar gaandeweg de juni-maand begon men toch al weer lichtelijk te stinken, en dus droeg de bruid een boeketje bloemen om haar lichaams-geur enigszins te verbergen.
Daar komt dus het gebruik vandaan dat ook thans nog de bruid een bruidsboeket draagt.

2.) Een bad bestond in oude tijden uit een grote kuip die gevuld was met heet water.
De heer des huizes genoot het privilege van het schone water. Daarna volgden de zoons + evt. andere mannen die deel uit maakten van het huishouden, dan kwamen moeder en de dochters en tenslotte de kleine kinderen. De babys waren altijd als laatste aan de beurt.
Tegen die tijd was het badwater echter zo vuil geworden, dat je er heel gemakkelijk “iemand” in kon kwijtraken...
Zo zijn we aan de uitdrukking “het kind/de baby met het badwater weggooien” gekomen….

3.) Huizen hadden in die tijd strooien daken, ook zonder houten gebinten. Die dakstro-massa was de enige plek waar dieren zich lekker warm konden houden. Dus leefden daar in koudere tijden in het strooien dak o.a. de katten. Maar ook kleinere dieren (zoals muizen en ander ongedierte).
Als het flink regende werd het daar glibberig en soms gleden de dieren dan naar beneden en vielen van het dak. De Engelsen hebben daar nog altijd hun gezegde “It ’s raining cats and dogs” aan overgehouden.

4.) Een brood werd indertijd in een boerengezin verdeeld volgens je sociale status. Arbeiders kregen de aangebrande bodem van het brood, de gezinsleden aten het middendeel op en de bovenste, krokante korst was voor de evt. gasten.

5.) Sterfgevallen zijn van alle tijden, maar in de tijd rond 1500 waren ’t er soms wel heel erg veel. Met name allerlei ziekten, die wij nu redelijk onder controle hebben, waren toen vaak de oorzaak van een soms zeer vroegtijdig overlijden.
De gestorvene werd dan in de gewijde grond bij de kerk, het kerk-hof, begraven. Met name in de kleinere dorpjes, - vooral in Engeland -, was er toen regelmatig geen plaats meer om de doden in die gewijde grond te begraven. Dus werden de kisten van de langer geleden overledenen uitgegraven en werden de beenderen die erin zaten overgebracht naar een zgn. ‘beenderhuis’. Zo konden de grafruimtes en de kisten hergebruikt worden.
Bij het heropenen van die kisten ontdekte men echter, dat er bij 1 op de 25 kisten aan de binnenkant krabsporen zaten. Men besefte toen, dat er kennelijk – hoe triest ook – soms nog levende mensen begraven waren.
Van toen af werd er een touwtje rond de pols van het lijk gebonden. Dat touwtje leidde naar boven en was verbonden met een belletje, dat op een driepootje bovenop het graf stond.
Er werd na een begrafenis dan zo’n 24 uur de wacht gehouden op het kerkhof om te horen of de bel misschien ook rinkelde. Zo kon ’t wel eens gebeuren dat iemand werd “gered door de bel” / “saved by the bell”.

Als een van de volgers van de Onstwedder dorpswebsite ons nou nog ooit durft te vertellen dat geschiedenis saai is, dan …………

© Geert Schreuder (de Taikens) en Klaas Meijer (de Toal)

info@geertschreuder.nl
k.meijer@onstwedde.info