Oorlogsverhalenboek

In april 2021 verschijnt een boek vol verhalen over de oorlogsjaren in Onstwedde. Om u daarvan een indruk te geven, vindt u elke werkdag een fragment uit zo’n verhaal op deze site. In februari leest u hoe u het verhalenboek kunt bestellen.   



OORLOGSVERHAAL 6 (van 40)

Fragment uit het verhaal over voedsel en brandstof:


Albert speelt ook wel eens met Herman, het zoontje van meester Dost. Eens zitten ze bij Herman thuis samen onder de tafel te spelen. Er komt een onbekende man op bezoek. Hij vraagt aan meester Dost of hij nog voedsel of brandstof nodig heeft. Ja, dat is wel gewenst. “En hebt u ook nog wat voor Addens?”, vraagt meester. Dan steekt Albert zijn hoofd onder het tafelkleed vandaan en zegt: “Dat huft nait, wie hebben guster al wat kregen.”

Verteld door: Albert Addens, destijds Holte 52



OORLOGSVERHAAL 5 (van 40)


Fragment uit het verhaal over clandestien slachten:

De controleur voor vee en vlees komt nog eens weer aan. Hij kijkt of de aantallen dieren overeenkomen met wat er in het veeboekje is genoteerd. Dan komt Tiny uit school. Ze snuift wat en zegt dan onbevangen: “Het roekt net of wie slacht hebben”. En dat klopt, in de keuken staat een pan op het vuur, waarin leverworsten staan te koken. Moeder houdt haar hart vast…. Maar weer knijpt de controleur een oogje toe.   

Verteld door Geertje Hooiveld-ten Have, destijds Havenstraat 5




OORLOGSVERHAAL 4 (van 40)

Fragment uit het verhaal over de Arbeitseinsatz:

Buurjongen Hilvert Wilts moet naar Hamburg om te werken voor de Arbeitseinsatz. Zijn ouders, Hendrik en Grietje Wilts-Addens, vinden het verschrikkelijk, maar order is order. Hij werkt er in de haven en gelukkig zijn er lotgenoten uit de omgeving ook tewerkgesteld. Als Hilvert na ongeveer twee jaar terug komt op Barlage zegt hij: “Als Jan Wakker dr nich bie west was, had ik het nich overleefd.” Aaldriks broer Jan en buurjongen Elzo Wilts moeten ook werk voor de bezetter verrichten. Elke maandag vertrekken ze op hun fiets naar Zuidlaren om schuttersputten te graven. Ze zijn er in de kost bij een gezin. Elke vrijdag, soms pas op zaterdag, komen ze terug na een week hard zwoegen voor de vijand. 

Verteld door Aaldrik Wilts, destijds 1e Barlage 8



OORLOGSVERHAAL 3 (van 40)

Fragment uit het verhaal over onderduikers:

Ook een halfbroer van moeder, Evert Alkema komt met zijn dochter Truus en haar twee zoontjes  Henkie van 2 en Gerrie van 5 jaar aankloppen op de Brink. Nòg meer eters…. Van buurman Harm Luring krijgt moeder Geertruida een grote gietijzeren pan om te koken voor alle mensen in huis. Er zijn soms wel 14 monden te voeden, want de vriendinnen van de oudste broers, Geesje Blok en Trientje Mölling, komen ook regelmatig op zondag mee eten. Zo veel mensen bij elkaar, dat geeft veel drukte en soms ook spanningen. Jantje kan er niet goed tegen.

Verteld door Jantje Huiting-Johannes, destijds Brink 13



OORLOGSVERHAAL 2 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de Bevrijdingsdag:


Het is een onrustige dag vol actie. De bevrijders zijn gericht op het Dr. Hommesbos. Jan staat achter het huis en ziet hoe de mannen een aantal Duitse soldaten, die in bomen zijn geklommen, beschieten. Van het houten vakantiehuisje van dokter Hommes – Jan heeft vaak daar in het bos gespeeld - blijft na de strijd niet veel meer over. Achter de gemeentelijke begraafplaats, op een plek die 'In de Baargen' wordt genoemd vanwege het heuvelige land, zitten ook nog militairen verstopt. Als krijgsgevangen vertrekken ze, onder schot gehouden door de Polen. 

Verteld door: Jan Buist, destijds Holte 5




OORLOGSVERHAAL 1 (van 40)


Fragment uit het verhaal over een Rotterdamse evacué:


Na elf dagen komt Koos uiteindelijk, zwak en slingerend aan. Zijn kleren zijn versleten, ook zijn broek, een zwarte met een rood streepje. Het is een broek van zijn vader, die postbode is. Koos krijgt een broek van vader Aike aan en andere schone kleren. Koos is er heel slecht aan toe. Vader kijkt elke morgen bij zijn bed of hij nog wel leeft. Moeder geeft de jongen rijstwater met rijst. Met lichtverteerbaar eten voelt hij zich elke dag weer wat beter. Ook een jongetje van Visser uit Amsterdam is nog voor een tijd bij hen in huis. De kinderen knappen door de goede zorgen zienderogen op.  

Verteld door: Albertine (Tiny) Huls-Luring, destijds Holte 82