Oorlogsverhalenboek

In april 2021 verschijnt een boek vol verhalen over de oorlogsjaren in Onstwedde. Om u daarvan een indruk te geven, vindt u elke werkdag een fragment uit zo’n verhaal op deze site. In februari leest u hoe u het verhalenboek kunt bestellen. 



OORLOGSVERHAAL 12 (van 40)

Fragment uit het verhaal over een klein, ondernemend jochie:

Harm is een ondernemend jongetje en verkent, zo klein als hij is, graag de omgeving. Moeder is hem regelmatig kwijt, want Harm kruipt gewoon onder het gaas door, dat als omheining bij hun boerderij moet dienen. Altijd op zoek naar avontuur is hij.   
Het is vrijdagmorgen, 13 april 1945. Harm kruipt stiekem onder het gaas door en dan door de droogstaande greppel voor hun huis. Op zijn korte beentjes loopt hij richting de Luringstraat. Midden op de weg gaat hij zitten, hij is moe. Hij speelt wat met steentjes en vermaakt zich prima.

Verteld door: Harm Lutjeboer, destijds Achterweg



OORLOGSVERHAAL 11 (van 40)


Fragment uit het verhaal over illegale handel: 

Vader Van der Heide is gewend om een voorraad tarwe te kopen van de boer waarvoor hij graan oogst. Maar zulke particuliere handel is nu verboden. Verbod of niet, het gezin heeft tarwe nodig voor het brood. Vader spreekt af met boer Jan Volders van Veenhuizen 4 dat hij twee ‘pongeltjes’ (zakken) tarwe komt halen als het donker is. Maar die hoeveelheid is meer dan pa kan meenemen op zijn fiets. Daarom vraagt hij aan Kini om mee te gaan die avond. Kini vindt het spannend, maar fietst dapper met vader mee naar Veenhuizen. Bij de ‘dam’ (oprit) moet ze blijven wachten en gaat vader naar het huis van Jan en Harmke Volders. Het wachten duurt een eeuwigheid in de beleving van Kini. Ze is zo bang, daar alleen in het donker met haar fiets aan de hand. Als vader eindelijk terug komt met twee pongeltjes tarwe krijgt zij er ook eentje achter op de fiets en gezamenlijk fietsen ze terug naar de Barkhoornweg.

Verteld door: Kini van der Heide-van der Heide, destijds Barkhoornweg G70C (nu 10)




OORLOGSVERHAAL 10 (van 40)

Fragment uit het verhaal over de dominee Luteyn:


De dominee heeft geen ervaring met het verzorgen van een big. Hij voert het beestje wel, maar het  groeit niet goed en laat zich herhaaldelijk luidkeels horen. Boer Luken Bruggers wordt er weer bij gehaald. “Wat is er toch met die big aan de hand, hij giert zo”, zegt vader tegen Bruggers. Deze komt tot de conclusie dat het beestje veel meer te eten moet hebben. En ja, dan komt de groei erin. Hij eet ook al het groenafval uit de moestuin, door iedereen ‘domies toene’ genoemd. Koster Harm Kruize onderhoudt deze. Een andere taak van de koster is het innen van kerkelijke bijdragen. Daarvoor is Kruize vele avonden op stap.   

Verhaal van: Piet Luteyn, destijds wonend in de hervormde pastorie 



OORLOGSVERHAAL 9 (van 40)

Fragment uit het verhaal over zelf zuivelen:

Moeder heeft een vergunning voor het karnen van schapenmelk. Dat gebeurt met een stamper in een grote metalen melkbus. Stiekem doet ze er ook koemelk door. Dat is verboden, want alle geproduceerde koemelk moet verplicht worden geleverd aan de Winschoter melkfabriek. Maar moeder Wubbechien heeft zo haar eigen regels en gewoonten. Ook boter maakt ze, maar fijnproever Grietje kan de smaak daarvan niet waarderen. Af en toe slacht vader een schaap, samen met oom Hilvert Huiting van de Stobkeweg. Grietjes is er niet bij, ze kan het niet aanzien. Een week lang eet ze geen vlees. Maar dan, ach, dan is het dierenleed al weer vergeten en heeft Grietje graag weer een stukje bij de maaltijd.

Verteld door: Grietje Meems-Huiting, destijds Holterweg F54 (nu Spanweg)



OORLOGSVERHAAL 8 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de boerderij van Prins:

Intussen bouwen de Duitsers in de schuur van Prins met stropakken een verhoging, klimmen erop en halen her en der dakpannen van het schuurdak om schietgaten te maken. Ze steken er de loop van hun geweren door, klaar voor de beslissende strijd…. Ze hebben inmiddels ook de voorraadkelder van de boerderij ontdekt. Weckflessen vol groenten, fruit en vlees brengen ze nog gauw naar hun collega’s in de schuttersputjes langs de Beumeesweg.

Verteld door Freerk Prins, destijds Beumeesweg 41



OORLOGSVERHAAL 7 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de bevrijding:


Vlak voor de bevrijding ziet Truus nog hoe een Duitse soldaat voor hun huis langs fietst, richting Wedde. Aan zijn stuur hangt aan weerszijden een groot stuk spek. Die heeft hij vast ergens gejat op de terugtocht naar zijn thuisland. Als de bevrijders in Onstwedde zijn en door de Dorpsstraat rijden, staat Truus op het platdak van het schuurtje, dat achter aan het meestershuis is gebouwd. Ze ziet overal Poolse soldaten. Het zijn kleine mannetjes en ze sluipen her en door tussen heggen door.  Groot plezier als een aantal van hen ook het platdak op klimt! Samen met de Polen viert Truus daar de bevrijding!    

Verhaal van: Truus te Velde-Walsweer (dochter van de hoofdmeester), destijds Dorpsstraat 30



OORLOGSVERHAAL 6 (van 40)

Fragment uit het verhaal over voedsel en brandstof:


Albert speelt ook wel eens met Herman, het zoontje van meester Dost. Eens zitten ze bij Herman thuis samen onder de tafel te spelen. Er komt een onbekende man op bezoek. Hij vraagt aan meester Dost of hij nog voedsel of brandstof nodig heeft. Ja, dat is wel gewenst. “En hebt u ook nog wat voor Addens?”, vraagt meester. Dan steekt Albert zijn hoofd onder het tafelkleed vandaan en zegt: “Dat huft nait, wie hebben guster al wat kregen.”

Verteld door: Albert Addens, destijds Holte 52



OORLOGSVERHAAL 5 (van 40)


Fragment uit het verhaal over clandestien slachten:

De controleur voor vee en vlees komt nog eens weer aan. Hij kijkt of de aantallen dieren overeenkomen met wat er in het veeboekje is genoteerd. Dan komt Tiny uit school. Ze snuift wat en zegt dan onbevangen: “Het roekt net of wie slacht hebben”. En dat klopt, in de keuken staat een pan op het vuur, waarin leverworsten staan te koken. Moeder houdt haar hart vast…. Maar weer knijpt de controleur een oogje toe.   

Verteld door Geertje Hooiveld-ten Have, destijds Havenstraat 5




OORLOGSVERHAAL 4 (van 40)

Fragment uit het verhaal over de Arbeitseinsatz:

Buurjongen Hilvert Wilts moet naar Hamburg om te werken voor de Arbeitseinsatz. Zijn ouders, Hendrik en Grietje Wilts-Addens, vinden het verschrikkelijk, maar order is order. Hij werkt er in de haven en gelukkig zijn er lotgenoten uit de omgeving ook tewerkgesteld. Als Hilvert na ongeveer twee jaar terug komt op Barlage zegt hij: “Als Jan Wakker dr nich bie west was, had ik het nich overleefd.” Aaldriks broer Jan en buurjongen Elzo Wilts moeten ook werk voor de bezetter verrichten. Elke maandag vertrekken ze op hun fiets naar Zuidlaren om schuttersputten te graven. Ze zijn er in de kost bij een gezin. Elke vrijdag, soms pas op zaterdag, komen ze terug na een week hard zwoegen voor de vijand. 

Verteld door Aaldrik Wilts, destijds 1e Barlage 8



OORLOGSVERHAAL 3 (van 40)

Fragment uit het verhaal over onderduikers:

Ook een halfbroer van moeder, Evert Alkema komt met zijn dochter Truus en haar twee zoontjes  Henkie van 2 en Gerrie van 5 jaar aankloppen op de Brink. Nòg meer eters…. Van buurman Harm Luring krijgt moeder Geertruida een grote gietijzeren pan om te koken voor alle mensen in huis. Er zijn soms wel 14 monden te voeden, want de vriendinnen van de oudste broers, Geesje Blok en Trientje Mölling, komen ook regelmatig op zondag mee eten. Zo veel mensen bij elkaar, dat geeft veel drukte en soms ook spanningen. Jantje kan er niet goed tegen.

Verteld door Jantje Huiting-Johannes, destijds Brink 13



OORLOGSVERHAAL 2 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de Bevrijdingsdag:


Het is een onrustige dag vol actie. De bevrijders zijn gericht op het Dr. Hommesbos. Jan staat achter het huis en ziet hoe de mannen een aantal Duitse soldaten, die in bomen zijn geklommen, beschieten. Van het houten vakantiehuisje van dokter Hommes – Jan heeft vaak daar in het bos gespeeld - blijft na de strijd niet veel meer over. Achter de gemeentelijke begraafplaats, op een plek die 'In de Baargen' wordt genoemd vanwege het heuvelige land, zitten ook nog militairen verstopt. Als krijgsgevangen vertrekken ze, onder schot gehouden door de Polen. 

Verteld door: Jan Buist, destijds Holte 5




OORLOGSVERHAAL 1 (van 40)


Fragment uit het verhaal over een Rotterdamse evacué:


Na elf dagen komt Koos uiteindelijk, zwak en slingerend aan. Zijn kleren zijn versleten, ook zijn broek, een zwarte met een rood streepje. Het is een broek van zijn vader, die postbode is. Koos krijgt een broek van vader Aike aan en andere schone kleren. Koos is er heel slecht aan toe. Vader kijkt elke morgen bij zijn bed of hij nog wel leeft. Moeder geeft de jongen rijstwater met rijst. Met lichtverteerbaar eten voelt hij zich elke dag weer wat beter. Ook een jongetje van Visser uit Amsterdam is nog voor een tijd bij hen in huis. De kinderen knappen door de goede zorgen zienderogen op.  

Verteld door: Albertine (Tiny) Huls-Luring, destijds Holte 82