Oorlogsverhalenboek

Het boek ‘De muren hebben oren’ is klaar.

Op zaterdag 10 april kan iedereen die het boek bij voorintekening heeft besteld, het boek ophalen op De Brink aan de Dorpsstraat in Onstwedde.

Dit kan 's middags tussen 13.30 uur en 17.00 uur. Op de Brink staan looproutes aangegeven. Het boek kost € 25, -.

Graag contant en met gepast geld betalen. Tenslotte: Denk aan het houden van afstand tot elkaar (1,5 meter).

Kom zoveel mogelijk alleen.

Met vriendelijke groet,
Chonda Luring

 


In april 2021 verschijnt een boek vol verhalen over de vijf oorlogsjaren in Onstwedde. Om u daarvan een indruk te geven, vindt u elke werkdag een fragment uit zo’n verhaal op deze site.

Chonda Luring heeft mensen van de laatste generatie getuigen geïnterviewd en op basis van hun informatie 40 verhalen geschreven over wat zij in de oorlogsjaren in Onstwedde hebben beleefd. De bezettingstijd hebben ze nog bewust meegemaakt en hun verhalen zijn nu vastgelegd voor huidige en komende generaties. Het zijn de herinneringen van Onstwedders, oud-Onstwedders en van twee Rotterdammertjes-van-toen, die vanwege de voedselschaarste in het westen van het land in ons dorp te gast waren. In 40 verhalen weer even terug naar de tijd van toen…

Wat u leest in het verhalenboek?             
Onder andere:

-    verhalen over onderduik en verzet
-    verhalen over vindingrijkheid en zelfvoorzienendheid
-    verhalen over kwajongensstreken en dagelijkse voorvallen
-    verhalen van twee domineeskinderen, uit de gereformeerde en de hervormde pastorie
-    brieven vanuit Helgoland
-    dagboekfragmenten
-    verhaal van de dochter van de hoofdmeester
-    verhalen van de bevrijding en de feesten
-    verhalen over arrestatie en wegvoering
-    verhalen over moord en brand
-    verhalen van ‘horen, zien en zwijgen’
-    verhalen over naastenliefde en burenhulp
-    de bevrijdingspreken van 15 april ’45 van ds. Luteyn en ds. Scholten.




Familiegeschiedenis vastgelegd

In het Onstwedder oorlogsverhalenboek zijn veel verhalen van geboren Onstwedders vastgelegd, vol herinneringen aan de jaren ’40-’45.  

Van wie? We geven u een overzicht. Voor alle kinderen, kleinkinderen en andere familie van de vertellers is dit boek een mooi document. Het oorlogsverhaal van de familie gaat niet verloren in vergetelheid of tijd. Bij de namen van mensen, die niet meer in Onstwedde of nabije omgeving wonen, is een extra vermelding gedaan. Dit zijn de hoofdrolspelers van het boek:

Albert Addens
Ria van den Berg-Scholten (dochter van de dominee)
Jaap Bestebreurtje (‘Rotterdammertje’)
Henk Boels (zoon van kleermaker Wiepko)
Hiske Boels
Jan Buist
Appie van Dam-Brakke
Heino Drenth
Heika Elzen-Meems
Wim den Hartog (‘Rotterdammertje’)
Kini van der Heide-van der Heide
Truitje Hensens-Boels
Hadewich Hids-Frouws
Deddie Hilgenga-Wind
Geertje Hooiveld-ten Have (dochter van de bakker)
Jantje Huiting-Johannes
Albert Huls
Tiny Huls-Luring
Trientje Huls-Luring
Trientje Knijff-Huiges (dochter van boer Huiges)
Albert Kruiter
Abel van der Laan
Harm Luring
Piet Luteijn (zoon van de dominee)
Elze Lutjeboer
Harm Lutjeboer
Wubbe Maarsingh
Grietje Meems-Huiting
Albert Migchels
Freerk Prins
Deddie Siks-Buist
Jan Sterenborg
Etta van Tent-Frouws (dochter van de meester)
Geert Tipker
Wubbo Uil
Truus te Velde-Walsweer (dochter van de hoofdmeester)
Zwaantje Wesseling-Huiting
Harmke Wijnholds-Heidekamp
Aaldrik Wilts
Tiny Wilzing-Bruggers
Engel Wubs




Het Onstwedder oorlogsverhalenboek krijgt een mooie titel. Die is afkomstig uit een verhaal.


Kinderen in oorlogstijd kregen met regelmaat te horen, dat ze hun mond niet voorbij moesten praten. “Horen, zien en zwijgen’ was het devies. Onbevangen jeugdigen konden al gauw te veel zeggen, het kon aangehoord worden door ‘verkeerde’ mensen. Tini’s vader Aike Luring waarschuwde zijn kinderen daarvoor ook vaak met de woorden: “De muren hebben oren.” Die uitspraak is gekozen als titel van het boek, juist omdat het de sfeer waarin de kinderen in de oorlogsjaren opgroeiden, goed tekent. 




Al ruim 75 jaar leven we in vrijheid. De groep mensen die de Tweede wereldoorlog nog heeft meegemaakt wordt steeds kleiner. Chonda Luring heeft de laatste generatie getuigen, die de oorlogsjaren in Onstwedde hebben doorgemaakt, geïnterviewd. Op basis daarvan schreef ze 40 verhalen, die in april in boekvorm zullen verschijnen.


“Het is familiegeschiedenis en dorpsgeschiedenis uit vijf bijzondere jaren. Die historie is nu  vastgelegd voor de huidige en komende generaties”, vertelt Chonda. Het boek neemt de lezers mee in verhalen van onderduik en verzet, arrestatie en wegvoering, moord en brand, burenhulp en naastenliefde.

Behalve de ervaringsverhalen zijn er ook bijzondere documenten in het boek opgenomen, zoals persoonlijke brieven, geschreven op Helgoland. Onstwedders en streekgenoten moesten er onder erbarmelijke omstandigheden als dwangarbeider werken aan de Atlantik Wall van Hitler. Uit het archief van de Vrije Universiteit Amsterdam zijn de bevrijdingspreken van de hervormde en gereformeerde predikant van zondag 15 april 1945 opgeduikeld. “Wat ook heel bijzonder is” vervolgt Luring, “is dat er nog dagboekfragmenten uit de jaren 1938-1941 beschikbaar waren van een tante van één van de vertellers. Ze noemt daarin de voelbare spanningen in de aanloop naar de bezetting.”  

In de Hongerwinter van ’44 op ’45 was er met name in het westen van ons land grote  voedselschaarste. Daarom werden kinderen uit die steden, en soms ook complete gezinnen, naar onze streek vervoerd. Barre tochten waren dat. In het boek staan twee verhalen van ‘Rotterdammertjes’ over hun onvergetelijke reis naar Onstwedde en hun ervaringen bij het gastgezin. Ook andere herinneringen aan ‘hongerkindjes’ worden genoemd: “Een meisje stond te trillen in een hoek van de kamer, want ze dacht dat ze in een Duits gezin terecht gekomen was. Het gesproken dialect klonk in haar oren als Duits!”

In sommige verhalen is een verband met een van de 24 oorlogslachtoffers uit Onstwedde. Twee buurmeisjes van Mans Haan - doodgeschoten op de Vosseberg omdat zijn broer, verzetsman Henk Haan, niet te vinden was - vertellen hun herinneringen aan dat drama. Een lijst van verzetsactiviteiten van deze Henk, die de schuilnaam Henk Brands droeg, is als bijlage in het boek opgenomen. “En wat het verzet betreft, er waren allerlei lijntjes richting Stadskanaal en andere dorpen”, concludeert Luring. “Samenwerken met uiterst betrouwbare personen, daar kwam het op aan.”

“Je wist wie je wel en wie je niet kon vertrouwen, maar daar zat nog zo’n grote groep tussenin”, was een veel gehoorde uitspraak tijdens de interviews. Kinderen kregen op het hart gedrukt dat ze moesten zwijgen, niets tegen vreemden moesten zeggen. De titel van het boek is in die sfeer gekozen: ‘De muren hebben oren’. “Deze titel komt uit een verhaal. Het was een vaak herhaalde uitspraak van de vader van een van de geïnterviewden. Wat je zei kon door verkeerde mensen worden opgepikt. Heel kenmerkend voor die tijd, zo’n uitdrukking.”




Veel belangstelling voor ‘De muren hebben oren’.


Voor het Onstwedder oorlogsverhalenboek ‘De muren hebben oren’ is veel belangstelling. Bijna 500 exemplaren zijn per voorintekening, wat kon tot 26 februari, besteld

Uit het boek zijn vanaf 11 januari wekelijks vijf verhaalfragmenten op deze site gepubliceerd om lezers een indruk te geven van de veertig verhalen. De waargebeurde verhalen zijn veelal geschreven op basis van interviews. “Het is de laatste generatie, die nog uit eigen ervaring over de tweede wereldoorlog vertellen kan”, zegt auteur Chonda Luring. “De verhalen spelen zich allemaal af in Onstwedde of de buitengebieden van het dorp. Heel herkenbaar dus. Op sommige plekken hebben zich spannende taferelen afgespeeld.”   

Het boek, 224 pagina’s dik, wordt deze maand gedrukt en zal naar verwachting rond 12 april, Onstweddes Bevrijdingsdag, worden uitgegeven aan wie vooringetekend heeft. Later zal het boek te koop zijn bij de Huishoud- en Cadeauwinkel van Heije Wubs en in Stadskanaal bij de Read Shop.  




OORLOGSVERHAAL 40 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de Bevrijdingsdag, 12 april 1945:

Er rijden nog meer tanks door het dorp. Harm is nieuwsgierig en klimt voorzichtig op het dak van de oude school. Ook meneer Sitton, een Rotterdamse havenarbeider, die met zijn vrouw tijdelijk in huize Luring verblijft, klautert het dak op. Zo hebben ze een mooi uitzichtpunt. Kunnen ze de Poolse tanks nog volgen? Plotseling wordt er over hun hoofden heen geschoten. Zo gauw ze kunnen gaan ze van het dak af en rennen naar huis. Waarschijnlijk zijn het waarschuwingsschoten van de Polen.

Verhaal van: Harm Luring, destijds Brink 15



OORLOGSVERHAAL 39 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de tocht van Rotterdam naar Onstwedde:

De opluchting een slaapplek te hebben verandert al gauw in teleurstelling. In de ontvangsthal hangen grote hakenkruisenvlaggen aan de muur en er blijken allemaal NSB-families te zijn, gevlucht na Dolle Dinsdag. “Hier willen we niet blijven”, zegt vader op duidelijke toon tegen de agent. De man heeft gelukkig begrip voor zijn reactie. “Dan zoeken we verder”, zegt hij. Bij een manufacturier klopt hij aan en daar is het gezin Den Hartog welkom. In de winkelruimte kunnen ze overnachten op geïmproviseerde bedden. Wat een opluchting dat er toch een plek voor hen is.  

Verteld door: Wim den Hartog, destijds evacué uit Rotterdam




OORLOGSVERHAAL 38 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de Jeugdstorm:


In de buurt loopt wel eens een jongen met een Jeugdstorm-uniform. Vooral broer Stoffer vindt dat wel heel indrukwekkend. “Mag ik ook zo’n pak, moe?”, vraagt hij. Zijn vriendje Engel Lutjeboer -  zijn ouders Wubbe en Berendina hebben een  fietsenzaak naast Brakke - zou ook wel zo’n uniform willen hebben. Maar nee, de ouders piekeren er niet over en maken dat wel duidelijk. En daarmee is de kous af….

Verteld door: Appie van Dam-Brakke, destijds Havenstraat 18



OORLOGSVERHAAL 37 (van 40)


Fragment uit het verhaal over Stoffer en Heiko Haan van de Vosseberg:

Het is op een zondag en het gezin Huls gaat naar de kerk. Er zitten twee mannen in de kerk met een kaal hoofd…. het zijn Stoffer en Heiko Haan van de Vosseberg! Iedereen weet wel dat de beide mannen zijn opgepakt op 21 juli 1944, de dag dat hun broer Mans is doodgeschoten. De broers  hebben in een kamp gezeten. Wat fijn dat ze weer terug zijn in Onstwedde. Na de kerkdienst maakt menigeen een praatje met de Haantjes.   

Verteld door: Albert Huls, destijds Wessinghuizerweg 11b



OORLOGSVERHAAL 36 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de brand van het jodenhuis:

Het is een middag in april 1942, Hennie is ziek en samen met Hiske zit ze voor het raam. Ze zien plotseling overbuurman Jacob Meijer gehaast aan komen lopen. Hij heeft zijn 83-jarige broer Samuël, die bijna blind is, bij de hand. Vader Freerk komt juist de smederij uit. “Freerk, wie hebben de boudel in de brand!”, roept Jacob. De oude Samuël wordt gauw naar binnen gebracht en op een stoel gezet. Jacob en vader rennen dan naar het brandende pand. Daar zit de gebogen, oude man. Zo maar bij Hennie en Hiske in de kamer, op een stoel achter hen. Hiske kijkt om en ziet hoe bij Samuël tranen over zijn wangen in de baard rollen. Samuël snikt en Hiske heeft medelijden met hem…

Verteld door: Hiske Boels, destijds Dorpsstraat 26




OORLOGSVERHAAL 35 (van 40)


Fragment uit het verhaal over zijn verblijf bij Wiepko en Albertje Boels-Kok aan de Kerklaan:


Wiepko is kleermaker, hij zit op een tafel met zijn benen gekruist en tussen zijn knieën ligt een lap stof. In de hoek van de kamer staat een houten paspop. Het voelt direct vertrouwd voor Jaap, want zijn eigen vader is ook kleermaker. Buiten zijn er onbekende geuren: van hooi, van aardappelloof, van de mesthoop achter het huis. In Rotterdam ruikt het heel anders. Ook de taal is hier vreemd. Het zijn allemaal nieuwe indrukken voor het stadse jochie. Als Jaap moet plassen kijkt hij zijn ogen uit op de wc. Het is een ‘poepdoos’ met een gat erin. Dat heeft hij nog nooit gezien. Als hij het deksel optilt, komen er soms vliegen uit naar boven, die tegen het raampje aan vliegen.  

Verteld door: Jaap Bestebreurtje, destijds Rotterdams ‘hongerkind’, op meerdere adressen in Onstwedde



OORLOGSVERHAAL 34 (van 40)


Fragment uit het verhaal over distributiebonnen:

Bij Hotel De Vries aan de Dorpsstraat haalt moeder met regelmaat distributiebonnen voor voeding, kleding en schoenen. In de krant leest ze in het overzicht wanneer de letter F aan de beurt, want alleen op vastgestelde momenten, afhankelijk van de eerste letter van de achternaam, kan men er terecht. Vlees hoeft ze niet te kopen, want Freerk Halmingh komt elke winter een varken slachten. Daarna koopt moeder weer een big, zodat het gezin de volgende winter ook verzekerd is van vlees. Ook aan eieren is geen gebrek. De kippen lopen los rond het huis. Buurman Stratingh, van het oude gemeentehuis, moppert wel eens op de beestjes als ze bij zijn huis scharrelen. “Aal dai hounderstront…”

Verteld door: Hadewich Hids-Frouws, destijds Brink 1



OORLOGSVERHAAL 33 (van 40)


Fragment uit het verhaal over zijn vader, die in het verzet zit:

Op een ochtend komt Albert van bed en gaat naar de keuken. Hij schrikt! Er staat een man, met een pistool gericht op moeder, die wil weten waar vader Harm zit. Moeder antwoordt dat hij niet thuis is. De druk wordt opgevoerd, maar moeder blijft volharden. “Dann wird der Alte mitkommen”, is het bevel. Nee, dàt kan moeder opa niet aandoen. Ze weet dat vader onder de voerbak in het stierenhok ligt en loopt naar hem toe, gevolgd door de Duitser. “Aha”, grijnst de man tevreden. Vader moet terstond mee. Hij komt terecht in het Scholtenhuis in de stad. Op wonderbaarlijke wijze kan hij na enige dagen ontsnappen.

Verteld door: Albert Migchels, destijds Barkhoornweg 1



OORLOGSVERHAAL 32 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de uithuiszetting:

In 1945 moet het gezin plotseling het huis verlaten. De Duitse Wehrmacht eist het huis op. Wat nu? Vader neemt contact op met dominee Scholten van de gereformeerde kerk. Hij kan het altijd goed met hem vinden en hij legt zijn probleem aan hem voor. “Kom maar bij ons, er is nog wel ruimte”, zegt Scholten. Veel meubels en andere eigendommen laat vader uit huis halen en veilig in de bankkluis van Trenning opslaan. Maar de twee Wehrmachtofficieren zijn niet tevreden, ze willen toch wel wat meer gerieflijkheid in hun nieuwe onderkomen. Er moeten weer meubels uit de kluis terug gehaald worden. En zo gebeurt het.

Verteld door: Etta van Tent-Frouws, destijds Havenstraat 21



OORLOGSVERHAAL 31 (van 40)


Fragment uit het verhaal over het opblazen van de brug bij de haven:

Vooraan in Ter Wupping ligt een grondwal. Jan en andere kinderen liggen er achter om te kijken wat er zich bij de haven afspeelt. Een Duitse soldaat legt explosieven onder de brug, rent dan hard weg en vervolgens is er een grote knal. Een deel van de brug is opgeblazen! Dit tafereel herhaalt zich, totdat de hele brug in het water ligt.  

Verteld door: Jan Sterenborg, destijds Ter Wuppingerweg 26


OORLOGSVERHAAL 30 (van 40)
 

Fragment uit het verhaal over verborgen varkens:

Schuin tegenover Heino’s huis, naast het bos, is de Spar-winkel van Hendrik Huisman. Deze Hendrik is een broer van buurman Engel Huisman. Heino is aan het spelen met zijn broertje Henk, met Heije en meer vrienden, waaronder Geert Tipker. “Ssst, ik heur wat…” Het lijkt wel of er wilde varkens in het bos zitten! De jongens gaan op avontuur. Achter de winkel komt het geluid vandaan… ze sluipen er naar toe. “Woar zitten dij wilde zwienen?” Om beter overzicht te hebben zoeken ze een hoog uitkijkpunt. Achter de winkel is een mestvaalt. Daar klimmen ze op… en pardoes zakken ze naar beneden en staan ze tussen twee varkens. Hendrik Huisman heeft een namaak-mestvaalt als varkenshok gemaakt, om zijn dieren te verstoppen!

Verteld door: Heino Drenth, destijds Dorpsstraat 72



OORLOGSVERHAAL 29 (van 40)


Fragment uit het verhaal over ondergedoken Engelse piloten:

In de andere kamer zitten Engelse piloten, die in de buurt zijn neergekomen. Ze zijn er maar kort en vertrekken dan voor hun eigen veiligheid weer naar een ander adres. Moeder houdt hen wel bezig, want ze vervelen zich. Ze geeft hen eens aardappelen om te schillen. “Dan hebben ze mor wat te doun”, denkt moeder. Maar al gauw krijgt ze spijt. De jongens schillen de aardappelen wel, maar gaan er dan mee gooien. En dat in de voorkamer met de mooiste meubels!     

Verteld door: Trientje (Tineke) Knijff-Huiges, destijds Holte 80


OORLOGSVERHAAL 28 (van 40)


Fragment uit het verhaal over NSB’ers:

Op een dag is opoe ziek en ligt in bed. Dokter Klaas Benno de Groot komt langs. Hij onderzoekt de oude vrouw en schrijft haar medicijnen voor, die later op de dag afgehaald moeten worden op de praktijk aan de Dorpsstraat 25. Na acht uur ’s avonds mag je niet meer op straat zijn, maar Wubbo moet toch nog de medicijnen voor opoe halen. Buiten is het pikkedonker, hij gaat op pad. Het gaat goed, Wubbo krijgt de medicijnen mee. Maar op de terugweg naar huis ziet hij twee figuren lopen. “Oh, nee toch….” Hij wordt staande gehouden door twee NSB ‘ers. Nadat hij bedeesd heeft uitgelegd dat hij medicijnen voor opoe heeft gehaald, zegt de ene: “Most rad zörgen dast in hoes komst!” Met snelle pas en bonkend hart loopt Wubbo verder.

Verteld door: Wubbo Uil, destijds en nu nog Beukenweg 9



OORLOGSVERHAAL 27 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de dood van Mans Haan:

Er moet zo snel mogelijk een dokter komen. Freerk gaat – niet zonder risico - de nacht in, op weg naar dokter Brand Prinsloo, de vervanger van dokter Enklaar. De dokter komt met Freerk terug in de boerderij van de familie Haan. Hij kan niet anders dan constateren dat Mans dit drama niet heeft overleefd. Ook Prinsloo is aangedaan door deze wrede moord. Hij leeft mee in het diepe verdriet.

Verteld door: Truitje Hensens-Boels, destijds Vosseberg 29


OORLOGSVERHAAL 26 (van 40)


Fragment uit het verhaal over bevrijders en krijgsgevangenen:

De Polen met stoere petten, die op hun motoren door de Luringstraat rijden, de kinderen kijken er vol bewondering naar. Duitse krijgsgevangenen moeten in looppas voor de motoren uit lopen. Wie niet hard genoeg loopt, wordt op de hakken gereden. Gewonde soldaten kunnen terecht in het openluchthospitaal van het Rode Kruis, dat ingericht is op de hoek van de Dorpsstraat en Luringstraat, naast garage Meijer. Er staan veldbedden en de verpleging helpt de gewonden. Abel staat erbij en kijkt ernaar.   

Verteld door: Abel van der Laan, destijds Dorpsstaat 65



OORLOGSVERHAAL 25 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de aftocht van drie Duitsers:

Enkele dagen later, op zondagochtend, zijn er achter de boerderij van het gezin Bruggers drie jonge Duitse soldaten. Ze willen naar huis, ze zijn moe en bang. Vader nodigt ze naar binnen. Aan de keukentafel schenkt moeder koffie voor hen in. De jongemannen laten foto’s zien van hun gezinnen in Duitsland. Ze huilen, ze willen niets liever dan gauw weer bij hun vrouwen en kinderen zijn. Na dit warme ontvangst wacht hen nog een lange, onzekere tocht naar de Heimat.

Verteld door: Tiny Wilzing-Bruggers, destijds Veenhuizen 9



OORLOGSVERHAAL 24 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de arrestatie van zijn vader: 

Vader Geert Kruiter is achter het huis in het veld, samen met Wubbe Veldhuis, haver aan het zaaien. Ook hij moet zich overgeven aan de Duitse overmacht wegens het herbergen van een onderduiker. Verdere huiszoeking levert niets meer op. Vader mag zich nog wassen en omkleden, terwijl moeder gauw nog wat brood voor hem smeert, maar dan moet hij mee. De kleine Albert ziet met eigen ogen gebeuren hoe zijn vader mee wordt genomen in de auto van de vijand.  

Verteld door: Albert Kruiter, destijds Vledderhuizen 26



OORLOGSVERHAAL 23 (van 40)


Fragment uit het verhaal over illegale melkverkoop:

Op de Brink zijn regelmatig ‘melkhoalers’, mensen die wat melk willen kopen. Dat is niet toegestaan, want alle melk dient geleverd te worden aan de melkfabriek in Winschoten, eist de bezetter. Maar ach, zo lang er geen strenge controle is, laat vader het gewoon doorgaan om buurtgenoten ten dienste te zijn. Maar dan treft hij twee NSB’ers. “Joe en boer Wubs (Dorpsstraat 13) stoan hoog op de lieste van illegoale melkverkoop”, melden ze. “En dat mot nou oaflopen wezen, aans krieg je mot.”

Verteld door: Trientje Huls-Luring, destijds Brink 15



OORLOGSVERHAAL 22 (van 40)

Fragment uit het verhaal over wol verzamelen:

Gebreide kousen met een gat bij de hak of teen worden vakkundig versteld. Af en toe krijgt moeder een ‘fluus wol’ (vacht van één schaap). Ze brengt het weg naar iemand die het tot draad kan spinnen. Van de bollen wol breien moeder Jurriena en zussen Berendina en Hillie sokken. Ook Engel draagt zijn steentje bij in het verzamelen van wol. Af en toe gaat hij met zijn vriendjes naar Veele. Daar lopen schapen achter prikkeldraad en als de jongens de schapen doelgericht wat opjagen langs het draad blijven er plukken wol aan haken. Verzamelen en meenemen naar huis, is hun idee. Alle kleine beetjes helpen voor nieuwe sokkenwol.    

Verteld door: Engel Wubs, destijds Wessinghuizerweg 13



OORLOGSVERHAAL 21 (van 40)


Fragment uit het verhaal over een onderduiker in de pastorie:

Mevrouw Koppe uit Rotterdam is één van de onderduikers. Haar man is opgepakt tijdens een razzia en ze staat er alleen voor met haar kinderen. Bovendien is ze hoogzwanger. De honger heeft haar en haar kinderen naar het noorden gedreven. Ze kan terecht in de pastorie en de kinderen worden ondergebracht bij andere families in Onstwedde. Niet lang na haar aankomst in Onstwedde schenkt ze het leven aan een dochtertje, dat de naam Irene krijgt. Die naam betekent ‘vrede’.   
 
Verteld door: Ria van den Berg-Scholten, destijds wonende in de gereformeerde pastorie



OORLOGSVERHAAL 20 (van 40)


Fragment uit het verhaal over opa Derk Brakke:

Opa Brakke is op een middag alleen thuis met het ingekwartierde NSB-stel. Hij krijgt bezoek van een vriend, boer Schnieders uit Vledderveen. Door de oorlog hebben ze elkaar jarenlang niet gezien. “Doar mouten wie ain borrel op drinken”, zegt opa. Hij gaat naar de kelder en pakt een fles. Hij ziet niet dat er een pleister opgeplakt zit met het woord ‘kaliloog’ erop, spul dat oma gebruikt bij het wecken. In de veronderstelling dat het jenever is, schenkt opa vier glaasjes vol. De NSB-vrouw neemt direct een flinke slok. En dan is duidelijk dat het géén jenever is. Ze verbrandt haar mond en moet direct naar het ziekenhuis.

Verteld door: Geert Tipker, destijds Dorpsstraat 66



OORLOGSVERHAAL 19 (van 40)


Fragment uit het verhaal over waakzaamheid: 

Niemand is te vertrouwen, dat wordt de kinderen ook goed duidelijk gemaakt. Mondje dicht, zwijgen en geen rare dingen doen. Op een dag komt er een man aan, die zich voordoet als veehandelaar. Pa Buist krijgt al gauw in de gaten, dat de man geen verstand van vee heeft, maar een verrader is, die zijn ogen en oren open houdt bij zijn bezoekje aan huis en in de stal. Zulke mensen zie je maar liever niet in de buurt. Altijd moet je waakzaam zijn…  

Verteld door: Deddie Siks-Buist, destijds Vledderhuizen 3



OORLOGSVERHAAL 18 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de slag om Tange:

Aan het eind van de middag is de strijd gestreden. Langzamerhand durven de mensen weer uit hun huizen te komen. Engel en Elze mogen ook naar buiten. “Goud om mekoar denken en bie mekoar blieven, hor”, geeft vader hen nog mee. Er lopen Poolse soldaten, er lopen gezinnen, er lopen kinderen, wàt een drukte. De broers zien ook een dode soldaat in een droge sloot liggen. Een naar gezicht, daarom lopen ze maar naar de andere kant van de weg. Maar ook daar liggen slachtoffers van de hevige strijd in Tange. De bevrijding heeft mensenlevens gekost.  

Verteld door: Elze Lutjeboer, destijds Höchterweg 7



OORLOGSVERHAAL 17 (van 40)


Fragment uit het verhaal over tewerkstelling:

Veel mannen krijgen een oproep voor tewerkstelling in Duitsland. Vader Menno is doof, als gevolg van een hersenvliesontsteking. Vanwege deze handicap wordt hij afgekeurd voor Duitsland. “Dai doofheid is nou ain zegen”, zo zeggen vader en moeder tegen elkaar en de kinderen. Wat zijn ze blij dat ze als gezin bij elkaar kunnen blijven.   

Verteld door: Heika Elzen-Meems, destijds Achteresweg 7



OORLOGSVERHAAL 16 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de arrestatie van Wiepko Boels:

Het hele gezin is in diepe rust. Maar plotseling klinkt er geschreeuw. Het huis is omsingeld en wel tien landwachters dringen het huis binnen. De zwartpakken willen vader hebben! Hij wordt van bed gelicht en ziet in, dat tegenwerking nu geen enkele zin heeft. Vier mannen nemen hem mee en ze verdwijnen in het donker. Ze snaaien nog even een paar handen vol tabak van tafel mee en stoppen het in hun broekzakken. Henk, hij is natuurlijk wakker geworden van zoveel kabaal, ziet als zesjarige aan hoe zijn vader uit huis gehaald wordt. Henk kijkt op naar zijn moeder. Zij blijft opvallend rustig. Ze heeft al het nodige meegemaakt in Groningen….  

Verteld door: Henk Boels, destijds Kerklaan 18




OORLOGSVERHAAL 15 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de verduisteringsplicht:

Als het buiten donker is, moeten alle ramen geblindeerd zijn. Bij Deddie in huis hebben ze blinden voor de ramen, dichtklapbare luiken. Die gaan dan ook altijd dicht na zonsondergang. In een nacht  wordt er hard op de zijdeur geklopt. Een stem roept: “Landwacht!” Vader Roelf gaat van bed en doet gespannen de deur open. “Woarom brandt dr nog licht bie jou in t schure?” “Och”, zegt pa, “de kinder zolln t wel vergeten wezen.” Achter in de schuur, vlak bij de varkenshokken, is de wc. Een van de kinderen heeft vergeten het licht uit te doen na een nachtelijk plasje.

Verteld door: Deddie Hilgenga-Wind, destijds Beumeesweg 21, Tange




OORLOGSVERHAAL 14 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de torenklok van de hervormde kerk:

Op 11 maart 1943 zitten de kinderen op school. Na schooltijd ziet Wubbe bij de kerk ineens de grote kerkklok voor de opening van de kerkdeur staan. De houten deur en het kozijn zijn weg en aan weerszijden van de deuropening zijn stenen weggebroken. Blijkbaar hebben de Duitsers de torenklok naar beneden getakeld, maar is de opening te smal om het kolos naar buiten te krijgen. Er staat een vrachtwagen klaar om het gevaarte te vervoeren.  

Verteld door: Wubbe Maarsingh, destijds Veenhuizen J15 (nu 23)




OORLOGSVERHAAL 13 (van 40)

Fragment uit het verhaal over een onderduiker:

Chris is nog maar net onder de bedstee gekropen en Harmke ligt erin, als er plotseling een overval komt. Men zoekt onderduikers. Harmke weet, dat Chris onder haar ligt en het hart klopt in haar keel. Ze kan niet anders dan bidden: “Wil hom bewoaren, wil hom vastholln!” Chris wordt niet gevonden.   

Verteld door: Harmke Wijnholds-Heidekamp, destijds Vosseberg 25



OORLOGSVERHAAL 12 (van 40)

Fragment uit het verhaal over een klein, ondernemend jochie:

Harm is een ondernemend jongetje en verkent, zo klein als hij is, graag de omgeving. Moeder is hem regelmatig kwijt, want Harm kruipt gewoon onder het gaas door, dat als omheining bij hun boerderij moet dienen. Altijd op zoek naar avontuur is hij.   
Het is vrijdagmorgen, 13 april 1945. Harm kruipt stiekem onder het gaas door en dan door de droogstaande greppel voor hun huis. Op zijn korte beentjes loopt hij richting de Luringstraat. Midden op de weg gaat hij zitten, hij is moe. Hij speelt wat met steentjes en vermaakt zich prima.

Verteld door: Harm Lutjeboer, destijds Achterweg



OORLOGSVERHAAL 11 (van 40)


Fragment uit het verhaal over illegale handel: 

Vader Van der Heide is gewend om een voorraad tarwe te kopen van de boer waarvoor hij graan oogst. Maar zulke particuliere handel is nu verboden. Verbod of niet, het gezin heeft tarwe nodig voor het brood. Vader spreekt af met boer Jan Volders van Veenhuizen 4 dat hij twee ‘pongeltjes’ (zakken) tarwe komt halen als het donker is. Maar die hoeveelheid is meer dan pa kan meenemen op zijn fiets. Daarom vraagt hij aan Kini om mee te gaan die avond. Kini vindt het spannend, maar fietst dapper met vader mee naar Veenhuizen. Bij de ‘dam’ (oprit) moet ze blijven wachten en gaat vader naar het huis van Jan en Harmke Volders. Het wachten duurt een eeuwigheid in de beleving van Kini. Ze is zo bang, daar alleen in het donker met haar fiets aan de hand. Als vader eindelijk terug komt met twee pongeltjes tarwe krijgt zij er ook eentje achter op de fiets en gezamenlijk fietsen ze terug naar de Barkhoornweg.

Verteld door: Kini van der Heide-van der Heide, destijds Barkhoornweg G70C (nu 10)




OORLOGSVERHAAL 10 (van 40)

Fragment uit het verhaal over de dominee Luteyn:


De dominee heeft geen ervaring met het verzorgen van een big. Hij voert het beestje wel, maar het  groeit niet goed en laat zich herhaaldelijk luidkeels horen. Boer Luken Bruggers wordt er weer bij gehaald. “Wat is er toch met die big aan de hand, hij giert zo”, zegt vader tegen Bruggers. Deze komt tot de conclusie dat het beestje veel meer te eten moet hebben. En ja, dan komt de groei erin. Hij eet ook al het groenafval uit de moestuin, door iedereen ‘domies toene’ genoemd. Koster Harm Kruize onderhoudt deze. Een andere taak van de koster is het innen van kerkelijke bijdragen. Daarvoor is Kruize vele avonden op stap.   

Verhaal van: Piet Luteyn, destijds wonend in de hervormde pastorie 



OORLOGSVERHAAL 9 (van 40)

Fragment uit het verhaal over zelf zuivelen:

Moeder heeft een vergunning voor het karnen van schapenmelk. Dat gebeurt met een stamper in een grote metalen melkbus. Stiekem doet ze er ook koemelk door. Dat is verboden, want alle geproduceerde koemelk moet verplicht worden geleverd aan de Winschoter melkfabriek. Maar moeder Wubbechien heeft zo haar eigen regels en gewoonten. Ook boter maakt ze, maar fijnproever Grietje kan de smaak daarvan niet waarderen. Af en toe slacht vader een schaap, samen met oom Hilvert Huiting van de Stobkeweg. Grietjes is er niet bij, ze kan het niet aanzien. Een week lang eet ze geen vlees. Maar dan, ach, dan is het dierenleed al weer vergeten en heeft Grietje graag weer een stukje bij de maaltijd.

Verteld door: Grietje Meems-Huiting, destijds Holterweg F54 (nu Spanweg)



OORLOGSVERHAAL 8 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de boerderij van Prins:

Intussen bouwen de Duitsers in de schuur van Prins met stropakken een verhoging, klimmen erop en halen her en der dakpannen van het schuurdak om schietgaten te maken. Ze steken er de loop van hun geweren door, klaar voor de beslissende strijd…. Ze hebben inmiddels ook de voorraadkelder van de boerderij ontdekt. Weckflessen vol groenten, fruit en vlees brengen ze nog gauw naar hun collega’s in de schuttersputjes langs de Beumeesweg.

Verteld door: Freerk Prins, destijds Beumeesweg 41



OORLOGSVERHAAL 7 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de bevrijding:


Vlak voor de bevrijding ziet Truus nog hoe een Duitse soldaat voor hun huis langs fietst, richting Wedde. Aan zijn stuur hangt aan weerszijden een groot stuk spek. Die heeft hij vast ergens gejat op de terugtocht naar zijn thuisland. Als de bevrijders in Onstwedde zijn en door de Dorpsstraat rijden, staat Truus op het platdak van het schuurtje, dat achter aan het meestershuis is gebouwd. Ze ziet overal Poolse soldaten. Het zijn kleine mannetjes en ze sluipen her en door tussen heggen door.  Groot plezier als een aantal van hen ook het platdak op klimt! Samen met de Polen viert Truus daar de bevrijding!    

Verhaal van: Truus te Velde-Walsweer (dochter van de hoofdmeester), destijds Dorpsstraat 30



OORLOGSVERHAAL 6 (van 40)

Fragment uit het verhaal over voedsel en brandstof:


Albert speelt ook wel eens met Herman, het zoontje van meester Dost. Eens zitten ze bij Herman thuis samen onder de tafel te spelen. Er komt een onbekende man op bezoek. Hij vraagt aan meester Dost of hij nog voedsel of brandstof nodig heeft. Ja, dat is wel gewenst. “En hebt u ook nog wat voor Addens?”, vraagt meester. Dan steekt Albert zijn hoofd onder het tafelkleed vandaan en zegt: “Dat huft nait, wie hebben guster al wat kregen.”

Verteld door: Albert Addens, destijds Holte 52



OORLOGSVERHAAL 5 (van 40)


Fragment uit het verhaal over clandestien slachten:

De controleur voor vee en vlees komt nog eens weer aan. Hij kijkt of de aantallen dieren overeenkomen met wat er in het veeboekje is genoteerd. Dan komt Tiny uit school. Ze snuift wat en zegt dan onbevangen: “Het roekt net of wie slacht hebben”. En dat klopt, in de keuken staat een pan op het vuur, waarin leverworsten staan te koken. Moeder houdt haar hart vast…. Maar weer knijpt de controleur een oogje toe.   

Verteld door: Geertje Hooiveld-ten Have, destijds Havenstraat 5




OORLOGSVERHAAL 4 (van 40)

Fragment uit het verhaal over de Arbeitseinsatz:

Buurjongen Hilvert Wilts moet naar Hamburg om te werken voor de Arbeitseinsatz. Zijn ouders, Hendrik en Grietje Wilts-Addens, vinden het verschrikkelijk, maar order is order. Hij werkt er in de haven en gelukkig zijn er lotgenoten uit de omgeving ook tewerkgesteld. Als Hilvert na ongeveer twee jaar terug komt op Barlage zegt hij: “Als Jan Wakker dr nich bie west was, had ik het nich overleefd.” Aaldriks broer Jan en buurjongen Elzo Wilts moeten ook werk voor de bezetter verrichten. Elke maandag vertrekken ze op hun fiets naar Zuidlaren om schuttersputten te graven. Ze zijn er in de kost bij een gezin. Elke vrijdag, soms pas op zaterdag, komen ze terug na een week hard zwoegen voor de vijand. 

Verteld door: Aaldrik Wilts, destijds 1e Barlage 8



OORLOGSVERHAAL 3 (van 40)

Fragment uit het verhaal over onderduikers:

Ook een halfbroer van moeder, Evert Alkema komt met zijn dochter Truus en haar twee zoontjes  Henkie van 2 en Gerrie van 5 jaar aankloppen op de Brink. Nòg meer eters…. Van buurman Harm Luring krijgt moeder Geertruida een grote gietijzeren pan om te koken voor alle mensen in huis. Er zijn soms wel 14 monden te voeden, want de vriendinnen van de oudste broers, Geesje Blok en Trientje Mölling, komen ook regelmatig op zondag mee eten. Zo veel mensen bij elkaar, dat geeft veel drukte en soms ook spanningen. Jantje kan er niet goed tegen.

Verteld door: Jantje Huiting-Johannes, destijds Brink 13



OORLOGSVERHAAL 2 (van 40)


Fragment uit het verhaal over de Bevrijdingsdag:


Het is een onrustige dag vol actie. De bevrijders zijn gericht op het Dr. Hommesbos. Jan staat achter het huis en ziet hoe de mannen een aantal Duitse soldaten, die in bomen zijn geklommen, beschieten. Van het houten vakantiehuisje van dokter Hommes – Jan heeft vaak daar in het bos gespeeld - blijft na de strijd niet veel meer over. Achter de gemeentelijke begraafplaats, op een plek die 'In de Baargen' wordt genoemd vanwege het heuvelige land, zitten ook nog militairen verstopt. Als krijgsgevangen vertrekken ze, onder schot gehouden door de Polen. 

Verteld door: Jan Buist, destijds Holte 5




OORLOGSVERHAAL 1 (van 40)


Fragment uit het verhaal over een Rotterdamse evacué:


Na elf dagen komt Koos uiteindelijk, zwak en slingerend aan. Zijn kleren zijn versleten, ook zijn broek, een zwarte met een rood streepje. Het is een broek van zijn vader, die postbode is. Koos krijgt een broek van vader Aike aan en andere schone kleren. Koos is er heel slecht aan toe. Vader kijkt elke morgen bij zijn bed of hij nog wel leeft. Moeder geeft de jongen rijstwater met rijst. Met lichtverteerbaar eten voelt hij zich elke dag weer wat beter. Ook een jongetje van Visser uit Amsterdam is nog voor een tijd bij hen in huis. De kinderen knappen door de goede zorgen zienderogen op.  

Verteld door: Albertine (Tiny) Huls-Luring, destijds Holte 82